steenrode heidelibelklein koolwitje op sleedoornheideblauwtjedistelvlinder op kattenstaart
De Vlinderstichting beschermt vlinders en libellen in Nederland. Helpt u ook mee?

Nieuws

19 februari 2016

Hoe damherten de duinen veranderen


Argusvlinder heeft te lijden onder de hoge begrazingsdruk van damherten en koninginnenkruid is helemaal uit de vlinderroutes verdwenen (foto: Kars Veling)
Er is al langere tijd commotie om plannen damherten te schieten in de Waterleidingduinen van Amsterdam. Dierenbescherming en Partij voor de Dieren hebben zelfs een rechtszaak aangespannen tegen de provincie Noord-Holland, die heeft besloten een vergunning voor het afschot te geven. Deze week is een artikel verschenen over effecten van begrazing door damherten op planten en andere dieren in het gebied.

In de zeventiger jaren van de vorige eeuw verschenen de eerste damherten in de Waterleidingduinen (AWD). Inmiddels is hun aantal gegroeid tot meer dan 3000 in een gebied met een oppervlakte van 3300 hectare, bijna 1 dier per hectare dus. In opdracht van de duinbeheerder is door De Vlinderstichting, KNNV Haarlem, FLORON, EIS Kenniscentrum insecten en de Zoogdiervereniging onderzocht wat de effecten zijn van deze dichtheid op de flora en fauna. Er is gekeken naar de situatie vanaf 1990 in het gebied en vergeleken met de trends in het aangrenzende duingebied, waar veel minder damherten voorkomen. De resultaten zijn gepubliceerd in een artikel in het Vakblad Natuur Bos en Landschap van deze maand.

De plantengroei is in de afgelopen 25 jaar veranderd. De verspreiding van algemene grasachtige soorten en lage kruiden is nagenoeg gelijk gebleven, maar de hogere kruiden zijn overwegend afgenomen. In de aangrenzende duingebieden is dit niet het geval. De afnemende soorten groeien vooral op oevers, in kruidenruigten, natte graslanden en in zomen, struwelen en bossen. Het giftige jacobskruiskruid wordt door de damherten niet gegeten en is een van de weinige nectarplanten in het gebied. Een aantal zeldzame soorten is vrijwel helemaal uit de AWD verdwenen zoals rietorchis, kuifhyacint, grote hartvrucht, voorjaarshelmkruid en melige toorts. Dat het aantal damherten hiervoor mede verantwoordelijk is, kan ook worden afgeleid uit het feit dat de verspreiding van een aantal giftige, aromatisch geurende of stekelige planten, die onaantrekkelijk zijn voor damherten, nauwelijks is veranderd. Ree├źn zijn vrijwel helemaal uit de AWD verdwenen. De achteruitgang is het sterkst vanaf 2000, toen juist de damherten sterk in aantal toenamen. De waterspitsmuis, een Europees beschermde soort die met name in ruigere oevers voorkomt, neemt op plaatsen met veel hertenvraat sterk in aantal af.
 

Ontwikkeling van de aantallen damherten en reeen in de Amsterdamse Waterleidingduinen sinds 1990 (gegevens voorjaarstellingen Waternet)

Het giftige jacobskruiskruid is een van de weinig overgebleven nectarplanten, want deze wordt niet door de damherten gegeten (foto: Kars Veling)
Ook zijn er duidelijke effecten op de vlinderstand. In het hele duingebied van Zuid-Kennemerland worden door vrijwilligers al vanaf 1992 wekelijks vaste vlinderroutes geteld. Dit gebeurt op een heel gestandaardiseerde manier, zodat uitstekend kan worden bepaald hoe het gaat met de vlinders in de AWD en in het aangrenzende duingebied. Aanvullend zijn op die routes ook de bloeiende planten in kaart gebracht, zowel in 2007 als in 2015. Een belangrijke nectarplant voor vlinders, koninginnenkruid, was in 2015 helemaal uit de routes verdwenen, terwijl deze in 2007 nog regelmatig voorkwam. Ook slangenkruid werd maar weinig bloeiend aangetroffen. Er was nog wel nectar, want het giftige jacobskruiskruid wordt door damherten niet gegeten.
 
Niet alleen het nectaraanbod is van belang, maar ook de planten waarop de rupsen zijn gespecialiseerd, de waardplanten. Het bleek dat vlinders met matig vraatgevoelige waardplanten, zoals icarusblauwtje, oranjetipje en bruin zandoogje significant sterker achteruit gingen in de AWD dan in de andere duingebieden. Voor soorten met een grote kwetsbaarheid voor vraat, zoals argusvlinder, was het negatieve effect nog sterker. Opvallend was dat geen van de zes Rode Lijstsoorten in de AWD een negatieve trend liet zien. Dat komt onder meer omdat ze leven op lage waardplanten in open duin die momenteel nog aanwezig zijn. Er zijn echter wel zorgen dat een verdere toename van de hertenstand soorten als duinparelmoervlinder en keizersmantel zullen raken en het verdwijnen van de bruine eikenpage in 2009 is ook mogelijk aan te hoge hertenvraat te wijten.
 
Van de 80 wilde bijensoorten wordt voor 65 een achteruitgang voorzien door te hoge begrazingsdruk van damherten (foto: Kars Veling)
Voor bijen en zweefvliegen ontbreken systematische tellingen, maar op grond van de binding aan specifieke plantensoorten wordt voor 65 van de 80 wilde bijensoorten een achteruitgang voorzien, voor 10 soorten zelfs van meer dan 50%.

De conclusie van de onderzoekers is dat een lagere damhertendichtheid winst zal opleveren voor de biodiversiteit. Het zal een goede en eerlijke communicatie naar het publiek vergen, om te laten zien dat te veel damherten niet leidt tot verrijking, maar tot verarming van de natuur.

De rapportages die ten grondslag liggen aan dit artikel zijn hier terug te vinden.
 
Kijk voor meer nieuws in het nieuwsarchief »

Ook op de hoogte blijven van het nieuws van De Vlinderstichting?
Word dan lid van de nieuwsbrief!


Of abonneer je op onze RSS-feed.


| |
De Vlinderstichting beschermt vlinders en libellenOp Vlindernet vind je alles over vlindersOp Libellennet vind je alles over libellen