groot koolwitjekoolwitjes in de klasEen in samenwerking met Stichting Veldwerk Nederland samengestelde map om onderzoek te doen naar Vlinders en Libellengevlekte glanslibel
De Vlinderstichting beschermt vlinders en libellen in Nederland. Helpt u ook mee?

Het effect van klimaatverandering op dagvlinders

Vlinders associeer je snel met mooi en warm weer. Dan zie je in Nederland het meeste vlinders vliegen. Hoe warmer hoe beter, lijkt het. Maar wat voor effect heeft klimaatverandering, en dan met name een stijging van de temperatuur, op vlinders?
 


Vlinder-vlieg-voorspelling

De Vlinderstichting heeft een voorspelmodel gemaakt, waarmee op basis van gegevens over de gemiddelde temperatuur en de straling van de zon berekend wordt wanneer de vliegtijd van een soort zal zijn. Ga naar verwachte vliegtijden van dagvlinders voor de vlinder-vlieg-voorspelling van de komende tijd. Zodra de weersverwachtingen voor de komende week anders zijn dan ‘normaal’, past de vlinder-vlieg-voorspelling zich daarop aan. Dat betekent dat de verwachte vliegtijd van een soort in het schema naar voren of naar achteren schuift.

In 'Klimaatverandering, wat is dat?' kun je lezen dat het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) voorspelt dat in de komende eeuw de gemiddelde wereldtemperatuur 1,4 tot 5,8 °C zal stijgen. Voor Nederland zal dat een stijging betekenen van 1 á 2 °C tot 2050 en maximaal 4 °C stijging in de komende eeuw. Je zult begrijpen dat dit een duidelijke invloed heeft op de vliegtijd van dagvlinders.
 



Vlinders hebben warmte nodig

Vlinders reageren sterk op warmte. Ze hebben warmte nodig om te kunnen vliegen. Het zijn koudbloedige dieren, dus ze kunnen niet van binnenuit opwarmen; de buitentemperatuur is bepalend voor hun lichaamstemperatuur. Als de zon schijnt, kunnen ze door zonnewarmte te vangen met hun vleugels snel opwarmen en al vliegen wanneer het 15°C is; als het bewolkt is moet het nog warmer zijn (ongeveer 20°C). Maar ook als eitje, rups en pop reageren vlinders op warmte. Temperatuur, gecombineerd met daglengte (aantal uren licht) bepaalt mede wanneer de rups uit zijn eitje komt, hoe snel rupsen groeien en wanneer de vlinder uit zijn pophuid kruipt. Je ziet dat het duidelijkst bij de overwintering. Als het koud wordt gaan de vlinders in rust. En als het in het voorjaar weer warmer wordt en het overdag langer licht is, komen ze weer te voorschijn.
 

Vlinders hebben warmte nodig (distelvlinder).

 

Overwintering

Elke vlindersoort die in Nederland wil kunnen overleven, moet onze wisselvallige winters door kunnen komen. De meeste vlinders die je hier ziet, gaan in een soort winterrust. De ontwikkeling staat op dat moment even stil, alles blijft zoals het is. Per soort is het verschillend in welke levensfase dit is: eitje, rups, pop of vlinder. Hieronder kun je zien hoe de algemeen voorkomende soorten dagvlinders overwinteren. Het bont zandoogje is de enige soort die, afhankelijk van de mate waarin de rups zich in het najaar heeft ontwikkeld, overwintert als rups óf als pop. Er zijn een paar vlinders die de winters hier niet of nauwelijks kunnen overleven maar die je hier toch regelmatig kunt zien, zoals de atalanta en de distelvlinder. Deze komen uit het zuiden naar ons land vliegen.


Overwinteringsfase Soorten (algemeen)
Eitje zwartsprietdikkopje
Rups kleine vuurvlinder
icarusblauwtje
koevinkje
bruin zandoogje
oranje zandoogje
bont zandoogje
hooibeestje
argusvlinder
groot dikkopje
Pop koninginnenpage
groot koolwitje
klein koolwitje
klein geaderd witje
oranjetipje
boomblauwtje
landkaartje
bont zandoogje
Vlinder citroenvlinder
dagpauwoog
kleine vos
gehakkelde aurelia
Overwintert niet in Nederland(trekvlinder) atalanta
distelvlinder

Op welk moment ze na de winter actief worden is sterk afhankelijk van het weer, met name van de gemiddelde temperatuur. Wanneer het in maart een aantal dagen warm lenteweer is, ontwikkelen de rupsen en poppen zich snel en komen de vlinders uiteindelijk dus ook vroeg uit de pop. Daarentegen gaat de ontwikkeling bij koud en bewolkt weer langzamer. Omdat vlinders zo sterk reageren op temperatuur, is het logisch dat ze ook reageren op klimaatsverandering.
 

Voorbeeld: het groot koolwitje

Het groot koolwitje overwintert als pop. Van ongeveer oktober tot april zie je buiten geen koolwitjes vliegen en zijn er ook geen rupsen en eitjes te vinden. Alleen de poppen zitten verstopt in de struiken te wachten tot ze zich kunnen ontpoppen.
Het moment waarop ze dat doen hangt met name af van de gemiddelde temperatuur in het voorjaar, gecombineerd met de hoeveelheid licht (daglengte). De vlinders die uit de overwinterde poppen komen, paren en gaan eitjes afzetten op de voedselplanten. Na ongeveer een week komen kleine rupsjes tevoorschijn, die eten, groeien en vervellen en na twee of drie weken volgroeid zijn. Ze verpoppen zich dan en na nog eens twee weken komt de nieuwe vlinder tevoorschijn. Het is dan inmiddels ongeveer half juli. En dan begint het allemaal weer opnieuw: de vlinders leggen eitjes, na een week komen er rupsen uit, die verpoppen zich weer twee of drie weken later. De laatste vlinders komen eind augustus uit de pop. Daarna ontpoppen ze zich niet meer, maar gaan in overwintering: ruim de helft van het jaar is het groot koolwitje een pop.
We zien hier dus dat de verandering van een rups in een vlinder heel snel kan gaan (in twee weken tijd) of heel lang kan duren (meer dan een half jaar). Wanneer het een heel warm voorjaar is, wordt de laatste fase versneld en komt de vlinder eerder te voorschijn. Wanneer het koud is, blijft hij langer een pop.
 

Natuurkalender

Bij de Natuurkalender kun je je eerste waarneming in het jaar van een soort doorgeven. Door het verzamelen van al deze eerste waarnemingen, kan de Natuurkalender bijhouden hoe de natuur, waaronder vlinders, reageert op bijvoorbeeld temperatuur. Op www.natuurkalender.nl onder ‘waarnemingen – bekijken’ kun je grafieken vinden (per jaar, vanaf 2001) van de eerste waarnemingen in relatie tot de gemiddelde maximale temperatuur. Wanneer je bijvoorbeeld een warm voorjaar zoals in 2002 vergelijkt met een koud voorjaar van 2004, zie je dat veel soorten die als pop overwinteren in 2002 veel vroeger vlogen dan in 2004.
 

Overleven vlinders klimaatverandering?

Wat de verandering in vliegtijd voor consequenties heeft voor het voortbestaan van de soort zal per soort verschillen. Het hangt bijvoorbeeld samen met het voedsel van de rups en in hoeverre ook dat voedsel eerder beschikbaar zal zijn. Wanneer dat gelijk op gaat is er wat dat betreft geen probleem. Maar niet altijd is dat het geval. Uit onderzoek van het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO) blijkt bijvoorbeeld dat de kleine wintervlinder het moment om uit het ei te komen ‘berekent’ met een zogenaamde temperatuursom: de optelling van alle temperaturen hoger dan 3,9 °C vanaf 1 januari. Tegenwoordig zijn ze vaak zo’n twee weken te vroeg: de knoppen van de eikenbomen (waarvan de rupsen de jonge blaadjes eten) zijn dan nog niet uitgelopen en veel rupsen verhongeren. En dat, terwijl ook de eiken al tien dagen eerder uitlopen dan 30 jaar geleden!
Voor de atalanta kan de klimaatverandering wellicht positief uitpakken. We merken nu al dat steeds meer atalanta’s vroeg in het voorjaar worden gezien: deze vlinders hebben hier blijkbaar toch kunnen overwinteren.

Zie ook:
Voortplanting
Vlindertrek
Geen lange reizen meer voor de atalanta?

Klimaatverandering rammelt aan voedselketens (artikel van Marcel E. Visser & Froukje Rienks (2003). De Levende Natuur 104: 110 – 113.)
 

| |

Laatste wijziging: 30 juni 2014
De Vlinderstichting beschermt vlinders en libellenOp Vlindernet vind je alles over vlindersOp Libellennet vind je alles over libellen