steenrode heidelibelklein koolwitje op sleedoornheideblauwtjedistelvlinder op kattenstaart
De Vlinderstichting beschermt vlinders en libellen in Nederland. Helpt u ook mee?

Nieuws

19 juni 2015

Veldinventarisaties een (tref)kansenspel?

Het lijkt zo eenvoudig: als ik wil weten welke planten of dieren ergens voorkomen dan inventariseer ik die. En als ik wil weten hoe het met ze gaat, dan herhaal ik dat en vergelijk ik ze met de vorige inventarisatie. In de echte wereld zit hier toch een addertje onder het gras: je ziet niet alles. Je weet wel zeker wat je ziet, maar niet wat je niet ziet. Daar komt bij dat het ene jaar het andere niet is en de vergelijking in de tijd gaat dan mank.

Dit is het begin van een artikel dat Chris van Swaay van De Vlinderstichting en Arco van Strien van het Centraal Bureau voor de Statistiek schreven voor juni-nummer van het Vakblad natuur bos landschap. Het artikel laat zien dat de trefkans een groot effect op de uitkomsten van inventarisaties kan hebben.

Als je je eenmaal realiseert dat trefkans een belangrijke rol speelt in een inventarisatie of telling, dan kun je proberen deze (1) constant te houden, (2) te minimaliseren, of (3) proberen hem te berekenen en er zo voor te corrigeren.

Met de gegevens uit het Landelijk Meetnet Vlinders is het mogelijk om de trefkansen voor vlinders te berekenen: een soort met een lage trefkans zal weinig, een soort met een hoge trefkans juist tijdens veel bezoeken aan een transect gemeld worden. Als een soort in elk bezoek gedurende de vliegtijd (de periode dat een vlindersoort daadwerkelijk vliegend is waar te nemen) is gevonden is de trefkans ervan 100 procent. Er zijn grote verschillen in de gemiddelde trefkans per soort: van 40 procent voor het bruin blauwtje tot meer dan 80 procent voor het bruin zandoogje. Ga je in de vliegtijd vijf keer de kommavlinder (circa 50 procent trefkans) inventariseren, dan zie je hem de helft van de keren niet terwijl hij er wel is! Na twee bezoeken is de kans om deze te missen nog 25 procent en pas na vijf bezoeken is die kans kleiner dan 5 procent (de trefkans van alle bezoeken samen is dan meer dan 95 procent).

Aanbevelingen

De trefkans van de kommavlinder is ongeveer 50%: de soort wordt in de helft van de bezoeken aan een locatie waar hij zit niet opgemerkt.
Belangrijkste aanbevelingen van het artikel zijn:
  • gestandaardiseerd en vaak in het seizoen te tellen. Als dat niet of onvoldoende lukt, doe het dan zo dat je trefkansen kan bepalen, zodat je daar rekening mee kan houden bij de resultaten;
  • het liefst jaarlijks te tellen als je ook iets wil weten over trends;
  • voor een goede vergelijking in ruimte en tijd een deel van de locaties herhaald te tellen in het seizoen, een deel jaarlijks en een deel minder frequent.

Geïnteresseerd in het hele artikel? Kijk op www.vakbladnbl.nl.
 
Kijk voor meer nieuws in het nieuwsarchief »

Ook op de hoogte blijven van het nieuws van De Vlinderstichting?
Word dan lid van de nieuwsbrief!


Of abonneer je op onze RSS-feed.


| |
De Vlinderstichting beschermt vlinders en libellenOp Vlindernet vind je alles over vlindersOp Libellennet vind je alles over libellen