De oostelijke witsnuitlibel is een van de twee ‘blauwe’ witsnuitlibellen. Hij lijkt veel op de sierlijke witsnuitlibel en niet alleen qua uiterlijk. Ook het voorkomen van beide libellen in Nederland was altijd vergelijkbaar; beide waren heel zeldzaam of verdwenen. De laatste jaren zijn beide soorten juist enorm vooruitgegaan, in tegenstelling tot de meeste andere libellen van vennen.
Begin vorige eeuw kwamen de oostelijke en sierlijke witsnuitlibel samen voor bij Oisterwijk, maar verdwenen daar na 1933, respectievelijk 1951. Van de sierlijke witsnuitlibel zijn uit de tweede helft van de vorige eeuw drie waarnemingen bekend. Sinds 2009 is hij terug en nu is hij niet heel zeldzaam meer. Van de oostelijke witsnuitlibel waren er verspreid door het land een tiental waarnemingen na 1950: zwervers en incidentele voortplanting. Tot er oostelijke witsnuitlibellen ontdekt werden op de Delleboersterheide in Friesland in 2006, maar ook deze populatie hield maar stand tot en met 2013. Daarmee leek de oostelijke witsnuitlibel opnieuw verdwenen uit Nederland.

Invasie 2018
In 2018 was er een invasie van witsnuitlibellen in Nederland. Ze waren waarschijnlijk afkomstig uit Oost-Europa. Hierbij kwamen ook oostelijke witsnuitlibellen Nederland binnen. In 2019 bleek dat zij zich hadden voortgeplant in Overijssel en was het de vraag of de soort zich zou kunnen handhaven. Die vraag is nu beantwoord: sinds 2019 heeft de oostelijke witsnuitlibel zich gestaag uitgebreid en zijn er vrijwel elk jaar nieuwe vindplaatsen bij gekomen. Nu is de oostelijke witsnuitlibel nog verre van algemeen, maar verspreid over het oosten van Nederland zijn er aardig wat vindplaatsen en vaak zijn er ook aanwijzingen voor voortplanting. In de duinen lijken het, vooralsnog, zwervers te zijn.

Ecologie oostelijke witsnuitlibel
Om te begrijpen wat er aan de hand is, moeten we kijken naar de ecologie van de oostelijke witsnuitlibel. Het is toch vooral een soort van vennetjes en hoogvenen, en over het algemeen gaat het erg slecht met de soorten van dat leefgebied, zoals maanwaterjuffer, venglazenmaker, noordse witsnuitlibel en zwarte heidelibel. De verspreiding van deze soorten is ook vergelijkbaar: vooral in het noorden van Europa en in het zuiden alleen in de bergen. Maar de oostelijke witsnuitlibel is een uitzondering. Deze komt vanouds ook vrij veel voor in Aquitanië, ten zuiden van Bordeaux. Dit is een van de warmste delen van Frankrijk, veel warmer dan Nederland. De andere bovengenoemde soorten ontbreken hier. De oostelijke wisnuitlibel lijkt dus minder gevoelig voor hoge temperaturen dan de andere venlibellen.

Het contrast tussen de oostelijke witsnuitlibel en andere venlibellen is opvallend. Zo’n 25 jaar geleden maakten we ons geen zorgen over maanwaterjuffer, venglazenmaker of zwarte heidelibel, terwijl de kans dat de oostelijke witsnuitlibel ooit nog in Nederland voor zou komen als ‘niet voor de hand liggend’ ingeschat werd. Nu is dat beeld volledig veranderd: de voorheen algemene soorten gaan hard achteruit en een soort waarvan we dachten dat hij definitief weg was, neemt vrij snel in aantal toe.
Tekst: Roy van Grunsven
Beeld: Kars Veling (leadfoto: oostelijke witsnuitlibel); Roy van Grunsven; NDFF