Vliegtijd & gedrag
Half maart-eind mei in één generatie. De vlinders komen op licht.
Verspreiding in Nederland
Trends
De grafiek toont de populatietrend van de soort op basis van tellingen binnen het NEM‑meetnet Nachtvlinders. Wanneer de grafiek leeg is, betekent dit dat de soort in de afgelopen drie jaar op te weinig meetpunten is waargenomen om een betrouwbare trend te kunnen berekenen. Komt de soort bij jou in de buurt voor en wil je tijdens de vliegtijd eens per twee weken met een lichtval tellen en de gegevens invoeren op meetnet.vlinderstichting.nl? Stuur dan een e‑mail naar meetnet@vlinderstichting.nl om je aan te melden als teller.
Levenscyclus
Rups: mei-juli. De rups foerageert het liefst op volgroeide bomen. De soort overwintert als pop in een cocon op of in de grond.
Herkenning
Kenmerken vlinder
Voorvleugellengte: 18-21 mm. De voorvleugel is blauw- tot zilverachtig grijs; aan de voorrand rood- of purperachtig bruin. Ter hoogte van de buitenste dwarslijn ligt een opvallende, kommavormige crèmekleurige voorrandvlek; bij de binnenste dwarslijn is vaag een tweede, meestal veel kleinere voorrandvlek zichtbaar. De franje is roomwit en donkerbruin geblokt. Er is weinig variatie in kleur en tekening.
Gelijkende soorten rups
Snuitvlinder (Pterostoma palpina).N.B.: vergelijk behalve de uiterlijke kenmerken ook de tijd van het jaar waarin de rupsen voorkomen, het habitat en de waardplant(en).
Foto's
Rups
Vlinder
Verspreiding
Zeldzaamheid
Zeldzaam. Komt lokaal voor in de noordelijke en oostelijke helft van het land. RL: ernstig bedreigd.
België
Zeer zeldzaam, maar lokaal vrij algemeen. Beperkt tot Luik en Luxemburg.
Mondiaal
Van het noorden van het Iberisch schiereiland (Pyreneeën) via West-, Midden- en Noord-Europa, inclusief de Britse eilanden, tot Rusland (Wolgagebied). Schintlmeister (1987 a, b) wijst op de aanwezigheid in Mongolië. Naar het zuiden: van de Alpen tot de Zwarte Zee. In het noorden Scandinavië tot boven de poolcirkel.