Vliegtijd & gedrag
Oktober in één generatie.
Verspreiding in Nederland
Trends
De grafiek toont de populatietrend van de soort op basis van tellingen binnen het NEM‑meetnet Nachtvlinders. Wanneer de grafiek leeg is, betekent dit dat de soort in de afgelopen drie jaar op te weinig meetpunten is waargenomen om een betrouwbare trend te kunnen berekenen. Komt de soort bij jou in de buurt voor en wil je tijdens de vliegtijd eens per twee weken met een lichtval tellen en de gegevens invoeren op meetnet.vlinderstichting.nl? Stuur dan een e‑mail naar meetnet@vlinderstichting.nl om je aan te melden als teller.
Levenscyclus
Rups: juni-juli. Ebert: De rups leeft in nesten op sleedoorn en wordt daardoor snel met lanestris verwisseld. Onderscheid: donkerder beharing en veel zwakkere geeltekening.
Herkenning
Kenmerken vlinder
Voorvleugellengte: ♂ 15-17 mm, ♀ 17-19 mm. Het mannetje van deze spinner heeft een brede okergele voorvleugel met een opvallende, scherp afgetekende, witte middenvlek. Een vage, soms afwezige binnenste dwarslijn en een duidelijke buitenste dwarslijn begrenzen een iets meer bruinachtig getint middenveld. De okergele kleur zet zich nog voort als een smalle zone aan de buitenzijde van de buitenste dwarslijn, de rest van het zoomveld van de voorvleugel heeft, net als de gehele achtervleugel, een bruinachtig grijze kleur met een paarse tint. Het vleugelpatroon van het iets grotere vrouwtje komt hier grotendeels mee overeen. Alleen is hier sprake van een grotendeels roestbruine voorvleugel waarop slechts een geelachtige buitenste dwarslijn zichtbaar is.
Kenmerken rups
Ter Haar: Rups geelbruin met fluweelzwarte insnijdingen, blauwachtig zwarte rugvlekken en blauwe zijden met gele streepjes en vlekken.
Gelijkende soorten vlinder
De wolspinner (E. lanestris) heeft naast een witte middenvlek, die meer driehoekig is, ook een opvallende witte vlek in het wortelveld. De kleine hageheld (Lasiocampa trifolii) is aanzienlijk groter en heeft een veelkleinere witte middenvlek.
Foto's
Rups
Verspreiding
Zeldzaamheid
Van deze soort is slechts één waarneming bekend uit 1853 in Gelderland.
België
Zeer zeldzaam. Komt zeer lokaal voor in Namen.
Mondiaal
Van het noorden van het Iberisch schiereiland via West-, Midden- en Zuid-Europa naar het oosten tot Rusland. Naar het noorden tot Noord-Duitsland. In het zuiden via Italië en de Balkan tot West-Azië. Deze soort is in grote gebieden Midden-Europa uitgestorven of wordt met uitsterven bedreigd; het areaal is sterk verbrokkeld.