Vliegtijd & gedrag
Half april-half augustus in één generatie. De mannetjes komen geregeld op licht, de vrouwtjes zelden.
Verspreiding in Nederland
Trends
De grafiek toont de populatietrend van de soort op basis van tellingen binnen het NEM‑meetnet Nachtvlinders. Wanneer de grafiek leeg is, betekent dit dat de soort in de afgelopen drie jaar op te weinig meetpunten is waargenomen om een betrouwbare trend te kunnen berekenen. Komt de soort bij jou in de buurt voor en wil je tijdens de vliegtijd eens per twee weken met een lichtval tellen en de gegevens invoeren op meetnet.vlinderstichting.nl? Stuur dan een e‑mail naar meetnet@vlinderstichting.nl om je aan te melden als teller.
Levenscyclus
Rups: juni-september. De soort overwintert als pop in een cocon in de strooisellaag of in de grond.
Herkenning
Kenmerken vlinder
Voorvleugellengte: 24-33 mm. Een goed herkenbare soort. De voor- en achtervleugel hebben een grijsbruine grondkleur met, vooral bij de vleugelwortel, een grijze en geelachtige bestuiving. Langs de binnenrand van de voorvleugel ligt een roodbruine veeg. De getande buitenste dwarslijn is witachtig geel en de golflijn langs de zoom bestaat uit een rij zwarte, aan de binnenzijde met wit begrensde stippen. In rust steekt de achtervleugel onder de voorrand van de voorvleugel uit en daardoor lijkt de vlinder op een hoopje dode bladeren. Het mannetje heeft geveerde bruine antennen.
Kenmerken rups
Tot 60 mm; lichaam vrij slank, versmald naar de kop; de achterste segmenten enigszins afgeplat, met op de flanken van het laatste segment een paar korte knotsvormige steeltjes (staartspitsen), die samen met de sterk verlengde poten van de thorax de rups min of meer het uiterlijk van een kruisspin geven; de segmenten vier tot acht dragen op de rugzijde dubbel gepunte bulten; kleur roodachtig bruin met een donkerbruine lengtestreep boven de spiraculae; kop groot en roodachtig bruin met zwarte tekening.
Gelijkende soorten vlinder
De eikentandvlinder (Peridea anceps) heeft een groenachtige of geelbruine tint. De grauwe borstel (Gynaephora fascelina) en de meriansborstel (Calliteara pudibunda) zijn grijs en missen de roodbruine gloed langs de binnenrand van de voorvleugel; in rusthouding steken bij deze twee soorten de sterk behaarde voorpoten ver voor het lichaam uit en ligt de achtervleugel helemaal onder de voorvleugel verborgen.
Foto's
Rups
Pop
Vlinder
Verspreiding
Zeldzaamheid
Algemeen. Komt vooral voor in bosachtige gebieden op de zandgronden en lokaal in de duinen. RL: kwetsbaar.
België
Vrij zeldzaam. Wijdverbreid in de oostelijke helft van Vlaanderen, zeldzaam in Oost- en West-Vlaanderen. In Wallonië vrij algemeen en wijdverbreid. De soort staat op de Rode Lijst van Vlaanderen als Momenteel niet in Gevaar (Veraghtert et al. 2023).
Mondiaal
Van het noorden van het Iberisch schiereiland via heel Europa, inclusief het zuiden van de Britse eilanden, tot Rusland (Wolgagebied) en Oost-Azië (China en Japan). In het zuiden het noordelijke Middellandse Zeegebied, inclusief Sicilië tot de Kaspische Zee. Naar het noorden tot Zuid-Scandinavië.