Vliegtijd & gedrag
Eind mei-eind augustus in één generatie. Zowel de mannetjes als de vrouwtjes komen op licht.
Verspreiding in Nederland
Trends
De grafiek toont de populatietrend van de soort op basis van tellingen binnen het NEM‑meetnet Nachtvlinders. Wanneer de grafiek leeg is, betekent dit dat de soort in de afgelopen drie jaar op te weinig meetpunten is waargenomen om een betrouwbare trend te kunnen berekenen. Komt de soort bij jou in de buurt voor en wil je tijdens de vliegtijd eens per twee weken met een lichtval tellen en de gegevens invoeren op meetnet.vlinderstichting.nl? Stuur dan een e‑mail naar meetnet@vlinderstichting.nl om je aan te melden als teller.
Levenscyclus
Rups: juli-september. De rups leeft meestal hoog in de boom en verpopt zich in de grond in een stevige cocon. De soort overwintert als pop.
Herkenning
Kenmerken vlinder
Voorvleugellengte: 15-20 mm. Deze tandvlinder is in vergelijking met andere Drymonia-soorten donkerder en scherper getekend. De witachtige middenband is smal. De achtervleugel is wit.
Gelijkende soorten vlinder
De zuidelijke tandvlinder (D. velitaris) heeft een opvallend zandkleurig wortelveld. Zie ook de gestreepte tandvlinder (D. dodonaea) en de maantandvlinder (D. ruficornis).
Foto's
Rups
Vlinder
Verspreiding
Zeldzaamheid
Vrij algemeen. Komt vooral voor op de zandgronden in het binnenland; ook in Zeeuws-Vlaanderen wordt de soort lokaal waargenomen. De westelijke areaalgrens loopt over Nederland. RL: niet bedreigd.
België
Vrij algemeen in Vlaanderen. Wijdverbreid in alle provincies, maar ontbreekt in Zuid-West-Vlaanderen. Nagenoeg afwezig in Wallonië. De soort staat op de Rode Lijst van Vlaanderen als Momenteel niet in Gevaar (Veraghtert et al. 2023).
Mondiaal
Van het Iberisch schiereiland via West-, Midden- en Zuid-Europa oostwaarts tot Zuid-Rusland. In het zuiden Italië en de Balkan tot Voor-Azië. Naar het noorden tot Noord-Duitsland.