Verdwenen

Wolspinner

Eriogaster lanestris

Vliegtijd & gedrag

Maart-april in één generatie. Soms is er een tweede vliegperiode in september-oktober doordat enkele poppen zijn blijven liggen. De vlinders zijn alleen ´s nachts actief.

Wolspinner

Verspreiding in Nederland

Wolspinner

Trends

De grafiek toont de populatietrend van de soort op basis van tellingen binnen het NEM‑meetnet Nachtvlinders. Wanneer de grafiek leeg is, betekent dit dat de soort in de afgelopen drie jaar op te weinig meetpunten is waargenomen om een betrouwbare trend te kunnen berekenen. Komt de soort bij jou in de buurt voor en wil je tijdens de vliegtijd eens per twee weken met een lichtval tellen en de gegevens invoeren op meetnet.vlinderstichting.nl? Stuur dan een e‑mail naar meetnet@vlinderstichting.nl om je aan te melden als teller.

Levenscyclus

Rups: april-juli. De rupsen leven gezamenlijk in een compact spinsel waarin ze tot halverwege het laatste stadium verblijven. Tijdens warm zonnig weer zonnen ze op het spinsel. Ze foerageren vooral ´s nachts. Heggen en struiken die in de herfst licht gesnoeid zijn hebben voorkeur boven ongesnoeide. De soort overwintert als pop in een stevige bruine, bolvormige cocon, gewoonlijk vlak bij de grond. De pop blijft vaak twee of drie winters lang liggen voordat hij uitkomt, in kweek soms wel zeven jaar.

Herkenning

Kenmerken vlinder

Voorvleugellengte: 15-21 mm. Karakteristiek voor deze spinner zijn de diepe roodbruine kleur, de heldere middenvlek en de opvallende witte vlek in het wortelveld. Deze laatste vlek heeft bij het mannetje de vorm van een lus. Er is alleen een buitenste dwarslijnaanwezig. Het vrouwtje is groter dan het mannetje en heeft aan het uiteinde van het achterlijf een bosje grijze haren die gebruikt worden om eilegsels mee te bedekken. De wolspinner is de enige spinner die in het vroege voorjaar vliegt (naast soms een tweede, veel kleinere generatie in het najaar).

Kenmerken rups

Tot 45 mm; lichaam zwart, overdekt met lange, bleek geelachtige haren met op de rug twee rijen korte, roodbruine haarborstels, die door geelachtig witte lijnen worden omringd; kop grijs met zwarte tekening.

Gelijkende soorten vlinder

Zie de zwarte herfstspinner (Poecilocampa populi), de bosrandspinner (E. catax), de herfstspinner (Lemoniadumi) en de hageheld (Lasiocampa quercus).

Foto's

Verspreiding

Zeldzaamheid

De laatst bekende waarneming dateert uit 1957 in Gelderland. Was daarvoor altijd een lokale en zeer zeldzame soort.

België

Zeer zeldzaam en lokaal in Namen en Luxemburg; vroeger ook gekend uit Luik. De soort staat als Regionaal Uitgestorven op de Rode Lijst Vlaanderen (Veraghtert et al. 2023).

Mondiaal

Van het noorden van het Iberisch schiereiland via Zuid-, West- en Noord-Europa naar het oosten tot Zuid-Rusland. Niet op de eilanden in de Middellandse Zee en niet in het zuidelijke deel van de Balkan.

Habitat

Struwelen en verspreid liggende bosschages in open gebied.

Bosachtige gebieden

Struwelen

Waardplanten

Vooral sleedoorn en meidoorn.

Meidoorn

Sleedoorn

Benaming

  • Engelse naam Small Eggar
  • Duitse naam Wollafter
  • Franse naam la Laineuse du cerisier
    le Bombyx laineux
  • Synoniemen Bombyx lanestris

Meer over de naam

Toelichting Nederlandse naam
De rupsen van de Spinner-familie spinnen een meer of minder stevige cocon om in te gaan verpoppen.Het vrouwtje van de wolspinner heeft een wollige anale pluim. Meer over Nederlandse namen

Toelichting wetenschappelijke naam
Eriogaster: erion is wol en gaster is de buik. Dit slaat op de wollige anale pluim bij het vrouwtje.lanestris: lanestris is wollen; de anus is voorzien van een flinke witwollen pluim.

Auteursnaam en jaartal
(Linnaeus, 1758)

Geef je waarneming door!

Heb je een bijzondere vlinder of libel gespot? Meld het ons! Jouw waarnemingen zijn waardevol voor het behoud van deze insecten. Samen kunnen we hun populaties in kaart brengen en beschermen. Help mee aan het behoud van deze prachtige dieren en draag bij aan de wetenschap van de biodiversiteit.

Waarneming melden