Gouden tijd voor gouden nachtvlinders

De nazomer heeft voor nachtvlinderliefhebbers iets bijzonders in petto. In september en begin oktober vliegen namelijk volop gouduilen. Hun naam is niet voor niets gekozen: veel soorten hebben prachtige goudgele, bruine of koperkleurige tinten. Daarvoor hoef je niet naar een natuurgebied. Gouduilen komen verspreid door Nederland voor en laten zich onder andere lokken door licht en door smeer. De essengouduil heeft inmiddels zijn beste tijd gehad, maar de andere gouduilen zijn de komende weken nog volop te vinden.

Zes soorten in het najaar

De afgelopen dagen zijn naast de essengouduil maar liefst zes andere gouduilen gemeld: de wilgengouduil, saffraangouduil en gewone gouduil, maar ook de wat minder algemene lindegouduil, iepengouduil en populierengouduil.

De wilgengouduil is daarvan de meest algemene. Met zijn geel en bruin gekleurde vleugels is het een opvallende verschijning. De rupsen leven vooral van wilg en soms populier. Wanneer ze in het najaar met de afgevallen wilgenkatjes naar beneden komen, gaan ze verder op allerlei kruidachtige planten.

Ook de saffraangouduil heeft een breed menu. De rupsen leven op verschillende loofbomen, waaronder beuk en Spaanse aak. Eerst eten ze van de bloemen, later van de bladeren. De gewone gouduil is ondanks zijn naam wat minder algemeen. De rupsen zijn vooral op wilg en populier te vinden en stappen later eveneens over op kruidachtige planten.

De essengouduil is al in augustus volop aanwezig
De wilgengouduil is een algemeen voorkomende soort
De drie meest algemene gouduilen met kaartjes met de waarnemingen van de afgelopen vijf jaar (Bron: Kars Veling & Chris van Swaay, Kaartjes: NDFF)

Minder algemeen, maar extra bijzonder

De drie andere soorten zijn wat lastiger te vinden. De lindegouduil, iepengouduil en populierengouduil zijn minder algemeen en komen vaak lokaal voor. Hun namen verklappen meteen een deel van hun verhaal: de rupsen zijn voor hun ontwikkeling afhankelijk van de boomsoort die in hun naam wordt genoemd.

De iepengouduil is bijvoorbeeld verspreid door Nederland te vinden in loofbossen, struwelen, parken en tuinen, maar je komt hem zeker niet overal tegen. De vlinder vliegt vanaf eind augustus, met een piek in september en oktober, en kan soms zelfs tot in november worden gezien. Ook deze soort komt op licht en smeer af. Maar wie goed kijkt, kan hem ook op andere plekken tegenkomen: bij bloeiende planten of op rottend fruit bijvoorbeeld.

De drie minder algemene gouduilen, met kaartjes met de waarnemingen van de afgelopen vijf jaar (Bron: Kars Veling & Jurrien van Deijk, kaartjes: NDFF)
De iepengouduil legt haar eitjes op de knoppen van een iep

Van boom naar bloem

Het leven van de iepengouduil is een mooi voorbeeld van hoe nauw nachtvlinders verbonden zijn met bomen en kruiden. In het najaar zet het vrouwtje haar eitjes af bij de knoppen van een iep. De soort overwintert als ei.

Wanneer het voorjaar aanbreekt, begint de rups met eten in een bloemknop van de iep. Later laat hij de boom achter zich en gaat hij verder op allerlei kruidachtige planten onder de bomen. Zo speelt de soort gedurende zijn leven een rol in verschillende delen van het landschap.

Ga op zoek naar gouduilen

De komende weken zijn dus een mooie tijd om op zoek te gaan naar deze goudkleurige nachtvlinders. Zet ’s avonds een lamp aan, probeer eens met smeer of kijk overdag op bloeiende planten en rijp of rottend fruit.

Met een beetje geluk ontdek je een van de algemene soorten. Wie weet zit er tussen de wilgengouduilen en saffraangouduilen wel een wat zeldzamere gouduil verscholen. De meeste gouduilen zijn nog tot eind oktober te zien. Een mooie reden om ook in de herfstnacht eens naar buiten te gaan.

De saffraangouduil is wat zeldzamer