Houtpantserjuffers hebben takken boven het water nodig

Wie de komende weken langs een sloot, vijver of ander water loopt, kan nog houtpantserjuffers tegenkomen. Deze slanke, metallic groene libellen zijn tot ver in oktober te zien en bij zacht weer soms zelfs nog in november. Ze in heel Nederland voor en stellen weinig eisen aan de kwaliteit van het water, maar een ding hebben ze wel nodig: begroeiing langs de waterkant.

Boven het water

Bomen, struiken en andere opgaande begroeiing langs het water zijn belangrijk voor de voortplanting van houtpantserjuffers. In september en oktober zetten de vrouwtjes hun eitjes af in de bast van takken en twijgen. De eitjes blijven daar de hele winter zitten.

In het voorjaar komen de larven ui en dan gebeurt er iets bijzonders: ze laten zich simpelweg van de tak vallen. De vrouwtjes hebben hun eitjes namelijk afgezet op takken die in het voorjaar boven het water hangen of waar het water onder staat. Zo belanden de jonge larven vanzelf in het water, waar ze verder kunnen groeien.

Meer over de houtpantserjuffer
Drie paartjes houtpantserjuffer bezig met afzetten van eitjes. Inzetje: vrouwtje boort gaatjes in de bast
Een ‘echte’ libel, de paardenbijter (links) en de houtpantserjuffer (rechts)

Huppelende larven

Komt een larve toch per ongeluk op het droge terecht, dan probeert die met kleine sprongetjes of huppeltjes alsnog het water te bereiken. Dat lukt hooguit over enkele centimeters. Is het water te ver weg, dan redt de larve het niet.

Dat maakt de begroeiing boven het water zo belangrijk. Wie een sloot of vijver beheert, doet er daarom goed aan niet alle bomen, struiken en andere begroeiing langs de oever tegelijk te verwijderen. Gefaseerd beheer, waarbij altijd een deel van de begroeiing blijft staan, geeft houtpantserjuffers de kans om zich voort te planten.

Begroeiing langs het water is essentieel voor de houtpantserjuffer
De bobbeltjes op dit elzentakje zijn de eisporen van de houtpantserjuffer, die je de hele winter kunt vinden op takken die boven het water hangen.
Veel houtpantserjuffers bij elkaar. Fotograaf: Siep van Lingen

Metalen glans

Houtpantserjuffers zijn gemakkelijk te herkennen aan hun slanke bouw en de manier waarop ze hun vleugels langs of dicht bij het achterlijf houden. Hun lichaam heeft een prachtige metaalachtige groene kleur.

In de loop van de nazomer en herfst worden ze steeds donkerder. Sommige exemplaren krijgen uiteindelijk een bronskleurige of bruine tint, maar de metallic glans blijft zichtbaar.

Voor hun voortplanting zijn ze afhankelijk van bomen en struiken langs het water. Buiten het voortplantingsseizoen zijn ze veel minder kieskeurig. Op warme, beschutte plekken waar veel kleine insecten rondvliegen, kunnen soms tientallen houtpantserjuffers bij elkaar worden gevonden. Ze hangen graag aan takjes of bladeren in zonnige bosranden.

Ook in de tuin

Houtpantserjuffers worden regelmatig in tuinen gezien. De komende weken kun je er dus zomaar een tegenkomen, zeker als je tuin wat beschutte, zonnige plekken heeft. Een tuin hoeft daarvoor niet aan het water te liggen: voor hun voedsel zijn ze vooral op zoek naar kleine insecten, zoals mugjes en vliegjes.

Een tuin met bomen, struiken en andere planten biedt daarvoor veel meer mogelijkheden dan een tuin die vooral uit stenen bestaat. Kijk dus eens goed tussen de begroeiing. Misschien hangt er wel een houtpantserjuffer te wachten op haar volgende maaltijd.

Zie je er een langs het water? Kijk dan vooral ook eens naar de takken boven het water. Juist daar begint het volgende hoofdstuk van het leven van deze bijzondere juffer.

Houtpantserjuffers worden regelmatig in tuinen gezien Fotograaf: Frank van Breukelen