Niet beschouwd

Bretons spikkeldikkopje

Pyrgus armoricanus

Vliegtijd & gedrag

Twee of drie generaties van mei tot en met september.. De vlinders voeden zich met nectar van verschillende kruiden.

Bretons spikkeldikkopje

Verspreiding in Nederland

Bretons spikkeldikkopje

Trends

De grafiek toont de veranderingen van de talrijkheid in de loop van de tijd. De gegevens zijn afkomstig uit het Landelijk Meetnet Vlinders (CBS / De Vlinderstichting) en de Nationale Databank Flora en Fauna.

Levenscyclus

Rups: begin juli-begin juni. De soort overwintert als jonge rups.

Herkenning

Kenmerken vlinder

Voorvleugellengte: circa 13 mm. De vlekken op de bovenkant van de voorvleugel zijn enigszins afstekend en vertonen een ongeordend patroon; er liggen geen vlekken langs de achterrand. Op de bovenkant van de achtervleugel bevinden zich altijd twee rijen diffuse, bruingrijze vlekken die meestal goed opvallen. De onderkant van de achtervleugel is groenachtig of bruinachtig; de witte middenband is vrijwel volledig en heeft dichtbij de binnenrand van de vleugel een zeer kleine en daarna een grote, bijna ronde witte vlek.

Gelijkende soorten vlinder

Het kalkgraslanddikkopje en de aardbeivlinder zijn meestal iets kleiner. De aardbeivlinder heeft langs de achterrand van de bovenkant van de voorvleugel een rij ongeordende, kleine grijze vlekken.

Foto's

Verspreiding

Zeldzaamheid

Lang was van het bretons spikkeldikkopje slechts één waarneming bekend: een mannetje in Bloemendaal (Noord-Holland), waarschijnlijk tussen 1890 en 1900. In 2013 werd geheel onverwacht een exemplaar gevonden in Twente. De vlinder heeft zich na 2000 in Duitsland flink uitgebreid.

Mobiliteit

Het Bretons spikkeldikkopje wordt in de literatuur vermeld als honkvast.

België

Eind 19e eeuw is een exemplaar gevangen bij Bloemendaal. De soort kwam toen ook voor in de duinen van N Frankrijk en België, dus deze waarneming past binnen dat beeld. Na de sterke uitbreiding in Duitsland na 2003 dook een exemplaar in 2013 op in Twente. Verwacht mag worden dat het Bretons spikkeldikkopje zich de komende jaren ook een keer in Nederland zal vestigen.

Regionaal

Tot 1952 bekend uit de Vlaamse duinen. Sinds 2013 weer terug in België.

Mondiaal

Het Bretons spikkeldikkopje komt in een groot deel van Europa voor, maar is in Noordwest-Europa zeldzaam. Vroeger was het een zeer zeldzame standvlinder (vier plaatsen) van de Vlaamse Duinen maar daar is hij sinds 1952 verdwenen. Ook uit Wallonië is de soort verdwenen, maar vanaf 2013 weer gemeld. De soort komt nog wel uiterst schaars voor in Denemarken en het zuiden van Zweden. Na 2003 heeft de soort zich in Duitsland flink uitgebreid en komt nu in de Eifel voor op minder dan 25km van de Nederlandse grens.

Habitat

(Half)open graslanden in duinen en droge, warme hellingen op kalkgrond.

Duinen

Kalkgraslanden

Waardplanten

Waardplanten diverse soorten ganzeriken, waaronder voorjaarsganzerik en vijfvingerkruid.

Ganzerik

Benaming

  • Engelse naam Oberthür’s Skipper
    Oberthür’s Grizzled Skipper
  • Duitse naam Zweibrütiger Puzzlefalter
    Zweibrütiger Würfel-Dickkopffalter
  • Franse naam l’Armoricain
  • Oud Nederlandse naam oogvlekdikkopje
  • Synoniemen Syrichtus armoricanus

Meer over de naam

Toelichting Nederlandse naam

Toelichting wetenschappelijke naam
Pyrgus: purgos is een toren op een muur, kantelen. Waarschijnlijk wordt de geblokte franje bedoeld. Ook zou mogelijk zijn dat het een vorm is van Pyrgi, een stad in de Peloponneses; dit is echter onwaarschijnlijk daar Hübner nooit aardrijkskundige namen gebruikte.armoricanus: Armirica is de Latijnse naam voor Bretagne waar Rennes ligt.

Auteursnaam en jaartal
(Oberthür, 1910)

Geef je waarneming door!

Heb je een bijzondere vlinder of libel gespot? Meld het ons! Jouw waarnemingen zijn waardevol voor het behoud van deze insecten. Samen kunnen we hun populaties in kaart brengen en beschermen. Help mee aan het behoud van deze prachtige dieren en draag bij aan de wetenschap van de biodiversiteit.

Waarneming melden