Vliegtijd & gedrag
Waarschijnlijk eind april-begin juni en eind juni-half augustus in twee generaties. De vlinders hebben een dwarrelende manier van vliegen.
Verspreiding in Nederland
Trends
De grafiek toont de veranderingen van de talrijkheid in de loop van de tijd. De gegevens zijn afkomstig uit het Landelijk Meetnet Vlinders (CBS / De Vlinderstichting) en de Nationale Databank Flora en Fauna.
Levenscyclus
Rups: waarshijnlijk half mei-half juli en begin augustus-half september. De soort overwintert als pop.
Herkenning
Kenmerken vlinder
Voorvleugellengte: circa 20 mm. Het crypisch boswitje, dat uiterlijk vrijwel identiek is aan het boswitje, is een fragiele vlinder met smalle, ovale vleugels; de vleugels zijn aan de uiteinden sterk afgerond. Bij het mannetje is de vlek in de voorvleugelpunt donkergrijs tot zwart, bij de vrouwtjes lichtgrijs tot wit.
Gelijkende soorten vlinder
Op grond van uiterlijke kenmerken vrijwel niet te onderscheiden van het boswitje. Alleen als bij het mannetje van de eerste generatie de donkere vlek in de vleugelpunt aan de binnenzijde bol loopt, is met zekerheid sprake van een cryptisch boswitje.
Verspreiding
Zeldzaamheid
Het crypisch boswitje is pas onlangs als soort herkend en geldt als een verdwenen onregelmatige standvlinder die vooral in Zuid-Limburg is gevonden.
Mobiliteit
Omdat het cryptisch boswitje in het veld vrijwel niet van het boswitje te onderscheiden is, is ook niet duidelijk of en zo ja, hoever de soort kan zwerven.
België
In Nederland is de soort vooral in Zuid-Limburg gevonden. In de periode van 1949 tot 1958 heeft op de Bemelerberg een populatie gevlogen. Alle boswitjes die in de collecties aanwezig zijn en in deze periode daar zijn verzameld, blijken cryptische boswitjes. In 1960 was de soort daar niet meer aanwezig. In 1948 en 1959 is daar niet gezocht; als in één van die twee jaren wel een cryptisch boswitje zou zijn gevonden, had deze soort de status van (uitgestorven) standvlinder gehad. Andere waarnemingen uit Zuid-Limburg zijn in Valkenburg (1913), Houthem (1919 en 1924), Sint-Pietersberg (1928) en Epen (1950). Daarnaast zijn waarnemingen bekend uit Midden-Limburg (Venlo, Montfort) en drie plaatsen in Gelderland. Deze drie Gelderse waarnemingen stammen allemaal uit het begin van de vorige eeuw: 1901 (Doetinchem), 1902 (Nijmegen) en 1912 (Arnhem). Een verklaring daarvoor kan zijn dat in deze periode een populatie vlak over de grens in Duitsland aanwezig was.Na 1958 is de soort niet meer in Nederland gevonden. De dichtstbijzijnde populaties bevinden zich op dit moment in het noordelijk deel van de Eifel en in het uiterste zuiden van de Ardennen.
Regionaal
Het crypische boswitje komt in België voor in het uiterste zuiden van de Ardennen.
Europa
Het cryptisch boswitje is gemeld uit de meeste Europese landen, maar een meer exacte omschrijving is op dit moment nog niet te geven.
Mondiaal
Verbreid van Frankrijk via Midden-Europa tot Griekenland in het zuidoosten en Rusland in het Oosten van Europa. Niet in Engeland, maar wel in Ierland.