Vliegtijd & gedrag
Half mei-eind juni in één generatie. De vlinders voeden zich met nectar van verschillende kruiden.
Verspreiding in Nederland
Trends
De grafiek toont de veranderingen van de talrijkheid in de loop van de tijd. De gegevens zijn afkomstig uit het Landelijk Meetnet Vlinders (CBS / De Vlinderstichting) en de Nationale Databank Flora en Fauna.
Levenscyclus
Rups: begin juli-begin mei. De soort overwintert als half volgroeide rups in de strooisellaag.
Herkenning
Kenmerken vlinder
Voorvleugellengte: circa 14 mm. De lichtgrijze tot witte vlekken op de bovenkant van de vleugels zijn scherp afgegrensd. Langs de achterrand kan een rij onduidelijke grijze vlekjes aanwezig zijn. De onderkant van de achtervleugel is geelgroen met veel witte vlekken en maakt een zeer lichte indruk. De vlekken hebben grijze randen, die niet scherp zijn afgegrensd van de grondkleur. De grijze randen zijn moeilijk te zien, maar vormen een goed kenmerk. Verder valt op de onderkant van de achtervleugel op dat de witte vlekken langs de achterrand ongeveer even groot zijn als die van de middenband.
Gelijkende soorten vlinder
Alle andere spikkeldikkopjes hebben op de onderkant van de achtervleugel een rij grote vlekken langs de achterrand en een rij kleine vlekken in het midden.
Foto's
Ei-afzet
Vlinder
Museum
Verspreiding
Zeldzaamheid
Van het witgezoomd spikkeldikkopje is slechts één waarneming bekend: een mannetje in de Lutte (Overijssel) in 1917.
Mobiliteit
Het witgezoomd spikkeldikkopje wordt in de literatuur vermeld als honkvast.
Europa
De dichtstbijzijnde populaties liggen in de Vogezen en het zuidelijk Rijndal. De soort gaat in Noordwest-Europa achteruit en komt in België sinds 1940 niet meer voor.
Mondiaal
Het witgezoomd spikkeldikkopje komt in een groot deel van Europa voor. De dichtstbijzijnde populaties liggen in de Vogezen en het zuidelijk Rijndal. De soort gaat in Noordwest-Europa achteruit en komt in België sinds 1940 niet meer voor.