Vliegtijd & gedrag
Half mei-eind oktober in twee elkaar overlappende generaties. De mannetjes vliegen overdag in een schichtige zigzagvlucht, vaak vrij hoog, op zoek naar vers uitgekomen vrouwtjes. Ze vliegen ook ´s nachts en komen soms op licht. De vrouwtjes kunnen zich vanwege hun onontwikkelde vleugels amper verplaatsen en blijven meestal op of naast hun cocon zitten.
Verspreiding in Nederland
Trends
De grafiek toont de populatietrend van de soort op basis van tellingen binnen het NEM‑meetnet Nachtvlinders. Wanneer de grafiek leeg is, betekent dit dat de soort in de afgelopen drie jaar op te weinig meetpunten is waargenomen om een betrouwbare trend te kunnen berekenen. Komt de soort bij jou in de buurt voor en wil je tijdens de vliegtijd eens per twee weken met een lichtval tellen en de gegevens invoeren op meetnet.vlinderstichting.nl? Stuur dan een e‑mail naar meetnet@vlinderstichting.nl om je aan te melden als teller.
Levenscyclus
Rups: mei-september. De soort overwintert als ei in legsels van enkele honderden eieren op de buitenzijde van de lege, aan de waardplant vastgehechte cocon van het vrouwtje of op een nabij gelegen hek of muur. De eieren van één legsel komen soms verspreid over een langere periode uit. Een enkele keer overwintert een late, niet uitgekomen pop.
Herkenning
Kenmerken vlinder
Voorvleugellengte: ♂ 12-17 mm. Het mannetje heeft een tamelijk effen oranjebruine of soms iets donkerdere voorvleugel met vage donkere dwarslijnen en een opvallende witte halvemaanvormige vlek in de binnenrandhoek. Het vrouwtje heeft onontwikkelde vleugels en een licht grijsbruin, gezwollen achterlijf.
Kenmerken rups
Tot 35 mm; lichaam donkergrijs bedekt met grijsachtig witte haarborstels, die op kleine wratjes staan ingeplant; de segmenten vier tot zeven elk met een opvallende bruine, gele of licht okerkleurige haarborstel op het midden van de rug; segment een met een paar naar voren wijzende borstels van lange zwarte gepluimde haren en segment elf met een identieke haarborstel, die op het midden van de rug staat en naar achteren wijst; over de rug vier rijen vuilrode vlekken en over de flanken een gebroken witte lengtestreep over de spiracula; kop glimmend zwart. De haren kunnen een jeukende uitslag veroorzaken.
Gelijkende soorten vlinder
Bij het mannetje van de heidewitvlakvlinder (O. antiquoides) is de witte vlek in de binnenrandhoek kleiner en minder opvallend; bovendien heeft de heidewitvlakvlinder vaak witachtige vlekjes langs de voorrand van de voorvleugel. Zie ook de hoekstipvlinder (O. recens). De mannetjes worden door hun kleur en de hoogte waarop ze vliegen, in vlucht wel eens verward met de sleedoornpage (Thecla betulae, een dagvlinder). Zie ook de oranje berkenspanner (Archiearis parthenias).
Gelijkende soorten rups
Heidewitvlakvlinder (Orgyia antiquoides), hoekstipvlinder (Orgyia recens) en moerasspinner (Laelia coenosa). N.B.: vergelijk behalve de uiterlijke kenmerken ook de tijd van het jaar waarin de rupsen voorkomen, het habitat en de waardplant(en).
Foto's
Ei-afzet
Rups
Pop
Vlinder
Verspreiding
Zeldzaamheid
Vrij algemeen. Komt verspreid over het hele land voor. RL: niet bedreigd.
België
Vrij algemeen in het hele land. De soort staat op de Rode Lijst van Vlaanderen als Momenteel niet in Gevaar (Veraghtert et al. 2023).
Mondiaal
Van de noordelijke helft van het Iberisch schiereiland via heel West- en Midden-Europa oostwaarts via de gematigde zone tot Oost-Azië. In het zuiden in Italië en op de Balkan; niet op de eilanden van de Middellandse Zee. Naar het noorden tot IJsland en Scandinavië, ook boven de poolcirkel. Naar Noord- en Zuid-Amerika geïmporteerd (Canada en Chili).