Meer ruimte voor bestuivers in het landschap
Houtwallen, heggen, bloemrijke randen, sloten en natuurvriendelijke oevers vormen samen de groenblauwe dooradering van het landschap. Deze landschapselementen kunnen belangrijke leefgebieden en verbindingsroutes zijn voor bestuivende insecten, zoals wilde bijen, zweefvliegen en dag- en nachtvlinders. Niet iedere groenstrook of oever is automatisch geschikt voor bestuivers. In dit project onderzoeken we welke inrichting en welk beheer het beste werken voor bestuivers en vertalen we kennis naar praktische maatregelen.
Waarom is groenblauwe dooradering belangrijk?
Het Nederlandse landschap is de afgelopen decennia veel grootschaliger en intensiever geworden. Veel landschapselementen zijn verdwenen of kleiner geworden. Daarmee verdwenen ook voedsel, schuilplekken en plekken waar insecten zich kunnen voortplanten.
Tegelijkertijd ligt er een grote opgave om het landschap weer sterker met natuur te dooraderen. Het Aanvalsplan Landschap heeft als ambitie om toe te werken naar tien procent groenblauwe dooradering van het landelijk gebied in 2050. Landschapselementen kunnen daarbij bijdragen aan biodiversiteit, water, klimaat en bestuiving. Voor bestuivers is het daarbij belangrijk dat niet alleen meer landschapselementen worden aangelegd, maar dat ze ook daadwerkelijk geschikt zijn.


Een heg, berm, slootkant of bloemrijke rand kan voor de ene soort heel waardevol zijn en voor een andere soort nauwelijks iets betekenen. Bestuivende insecten verschillen sterk in hun leefwijze. Wilde bijen hebben bijvoorbeeld niet alleen bloemen nodig, maar ook geschikte nestplaatsen. Vlinders zijn afhankelijk van specifieke planten voor hun rupsen. Zweefvliegen kunnen weer heel andere eisen stellen aan hun leefomgeving. Daarom kijken we in dit project naar verschillende groepen bestuivers en naar de verschillende soorten groen en blauw die samen het landschap dooraderen.
Van soortenkennis naar praktijk
De Vlinderstichting heeft veel kennis over vlinders en andere bestuivende insecten. In dit project brengen we die kennis bij elkaar en vertalen we die naar praktische aanbevelingen. Het doel is dat mensen die het landschap inrichten en beheren straks beter kunnen bepalen welke landschapselementen passen en hoe ze moeten worden aangelegd en beheerd. Groenblauwe dooradering gaat dus niet alleen over kilometers heggen, oevers of bloemrijke randen.
Een gevarieerd landschap met verschillende soorten landschapselementen, die goed op elkaar aansluiten en op de juiste manier worden beheerd, kan veel meer betekenen voor bestuivers dan losse groene plekken. Daarom kijken we niet alleen naar het afzonderlijke element, maar naar de samenhang in het landschap. Zo zetten we een stap van weten wat bestuivers nodig hebben naar het landschap daar ook daadwerkelijk op inrichten en beheren.
%20op%20aardbei%20-%20Anne%20Roovers.jpg)
Samenwerking
De Vlinderstichting voert dit onderzoek uit in opdracht van de Vereniging van Bos- en Natuurterreineigenaren (VBNE). De opgedane kennis moet uiteindelijk bruikbaar zijn voor iedereen die betrokken is bij de inrichting en het beheer van het landelijk gebied. Daarbij sluiten we aan bij de bredere beweging rond groenblauwe dooradering, waarin overheden, terreinbeheerders, agrarische collectieven, kennisorganisaties en andere partijen samenwerken aan een natuurrijker landschap. De Community of Practice Groenblauwe Dooradering is bijvoorbeeld bedoeld om kennis en praktijkervaring tussen deze partijen te delen.