“Werk je bij De Vlinderstichting?” “Wat doe je dan eigenlijk?” Er werken 40 mensen bij De Vlinderstichting, waarvan vijf veldmedewerkers. Daarnaast zijn er nog tijdelijke krachten die wisselend per seizoen ondersteunen met diverse taken. Wat houdt het werk van een veldmedewerker in? Annika Vermaat is een van die veldwerkers en neemt je mee in haar werk.
Al jaren ben ik gefascineerd door insecten en dan met name vlinders, libellen en hommels. Het is dan ook lang mijn droom geweest om te werken bij De Vlinderstichting. En in het voorjaar van 2024 was het dan eindelijk zover, ik mocht daar aan de slag als veldwerker.

Eitjes en rupsen
Een verrassend groot deel van mijn veldwerk bij De Vlinderstichting houd ik mij niet bezig met vlinders, maar met eitjes en rupsen. Voor een project op De Hoge Veluwe, bijvoorbeeld, hebben we gezocht naar rupsen van heivlinders en eitjes van kommavlinders. Dit is zeker niet makkelijk en je hebt er echt oog voor detail voor nodig. Deze soorten kun je ook goed inventariseren als vlinder, maar eitjes en rupsen geven veel informatie over de biologie van de soorten en wat ze nodig hebben. De grote vuurvlinder, een zeldzame soort die in Nederland alleen nog voorkomt in de Weerribben en in de Rottige Meente, is lastig als vlinder te vinden. Daarom wordt deze soort gemonitord door in juli de eitjes en kleine rupsjes te tellen, en in mei, het jaar erop, de grote rupsen. De grote vuurvlinder is mijn favoriete vlinder, enerzijds omdat hij erg mooi is en anderzijds omdat de ondersoort batava alleen in Nederland voorkomt. Bijdragen aan de monitoring van deze soort is dan ook echt een droom die uitkomt.
Kilometers vreten en avontuur
We doen ook aan SNL-monitoring, waarbij je gebieden vlakdekkend onderzoekt. Het zijn vaak lange dagen waarbij het geen uitzondering is als je 20 kilometer of meer loopt. En dan niet via fijne wandelpaden, maar regelmatig door zeer moeilijk begaanbaar terrein, zoals moerassige gebieden, uitgestrekte vlaktes van pijpenstrootjepollen of vegetatie die tot aan je oksels komt. Ook zijn het soms avontuurlijke dagen. In het kletsnatte jaar 2024 waren verschillende terreinen overstroomd. Zo stond ik opeens op een weide die compleet onder water stond, waarbij ik kon kiezen tussen kilometers teruglopen of er toch maar doorheen gaan. Ik koos voor dat laatste. Het water kwam net tot aan de rand van mijn kaplaarzen, dus dat viel nog wel mee. Maar het was ook erg modderig. En toen ik even stopte om een voorbijvliegende weidebeekjuffer te noteren, zoog mijn laars zich vast in de modder. Dus toen ik een stap vooruit wilde zetten, lukte dat niet meer en verloor ik mijn evenwicht. Met één hand kon ik nog net mijn camera boven water houden. Gelukkig was het een warme dag, dus een beetje verkoeling was zeker welkom. En door de warmte waren mijn kleren zo weer droog.


Na het veldseizoen
De piek van het veldwerk ligt in het voorjaar en de zomer. In deze tijd zien collega’s mij en de andere veldwerkers niet veel. Gelukkig levert het veldwerk ook genoeg werk op om later uit te werken en zit ik in de winter niet stil. Dan doe ik dingen als het determineren van mieren voor onderzoek met betrekking tot het pimpernelblauwtje en gentiaanblauwtje, het analyseren van data en het schrijven van rapporten. Kortom, in elk seizoen is er genoeg te doen voor een veldwerker bij De Vlinderstichting!
Meer lezen? Dit is een ingekorte versie van een artikel in het tijdschrift Vlinders (augustus 2025).
Tekst: Annika Vermaat
Foto’s: Irma Wynhoff (leadfoto: Annika in het veld); Annika Vermaat