Vliegtijd & gedrag
Begin mei-half september in twee generaties. De vlinders zijn overdag bij zonnig weer actief en bezoeken bloemen van onder andere klaver. Na de schemering beginnen de vlinders opnieuw te vliegen en komen ze op licht.
Verspreiding in Nederland
Trends
De grafiek toont de populatietrend van de soort op basis van tellingen binnen het NEM‑meetnet Nachtvlinders. Wanneer de grafiek leeg is, betekent dit dat de soort in de afgelopen drie jaar op te weinig meetpunten is waargenomen om een betrouwbare trend te kunnen berekenen. Komt de soort bij jou in de buurt voor en wil je tijdens de vliegtijd eens per twee weken met een lichtval tellen en de gegevens invoeren op meetnet.vlinderstichting.nl? Stuur dan een e‑mail naar meetnet@vlinderstichting.nl om je aan te melden als teller.
Levenscyclus
Rups: juni-oktober. De rups foerageert ´s nachts op de jonge bladeren en de bloemen van de waardplant en verbergt zich overdag onder aan de stengel. De soort overwintert als pop in een cocon, meestal niet diep onder de grond.
Herkenning
Kenmerken vlinder
Voorvleugellengte: 12-13 mm. Deze uil is goed te herkennen aan de grote witte vlek langs de voorrand van de bruinachtig en zwart gekleurde voorvleugel; in de binnenrandhoek bevindt zich een kleine witte vlek. Een ander belangrijk kenmerk is de witte band op de achtervleugel die gedeeltelijk zichtbaar is wanneer de vlinder met enigszins gespreide vleugels neerstrijkt.
Kenmerken rups
Tot 35 mm; licht roodachtig okerkleurig met over de rug twee gebroken, donkerbruine lengtebanden met daarin witte stippen; onder de lijn van de spiracula een brede, bruinachtig witte lengteband; spiracula zwart; kop bruinachtig wit met donkerbruine lijntjes.
Gelijkende soorten vlinder
Zie de bleekschouderuil (Acontia lucida).
Foto's
Vlinder
Verspreiding
Zeldzaamheid
Van deze soort zijn slechts enkele waarnemingen bekend, waaronder in 2015 in Zuid-Limburg.
België
Zeer zeldzaam. Vroeger verspreide vindplaatsen in Luik, Luxemburg en Namen, maar recent enkel gezien in de Gaume.
Mondiaal
In Noord-Afrika van Tunesië tot de Midden-Atlas in Marokko. Via het Iberisch schiereiland naar grote delen van Zuid- en Midden-Europa. Naar het noorden tot Oost-Engeland, België, Denemarken en Zuid-Zweden. Wijdverbreid in Zuidoost-Europa tot Anatolië en van de Kaukasus, Afganistan, Centraal-Azië tot de Altaj.