Gevoelig

Bastaardsatijnvlinder

Euproctis chrysorrhoea

Vliegtijd & gedrag

Eind mei-eind augustus in één generatie. De vlinders komen op licht.

Bastaardsatijnvlinder

Verspreiding in Nederland

Bastaardsatijnvlinder

Trends

De grafiek toont de populatietrend van de soort op basis van tellingen binnen het NEM‑meetnet Nachtvlinders. Wanneer de grafiek leeg is, betekent dit dat de soort in de afgelopen drie jaar op te weinig meetpunten is waargenomen om een betrouwbare trend te kunnen berekenen. Komt de soort bij jou in de buurt voor en wil je tijdens de vliegtijd eens per twee weken met een lichtval tellen en de gegevens invoeren op meetnet.vlinderstichting.nl? Stuur dan een e‑mail naar meetnet@vlinderstichting.nl om je aan te melden als teller.

Levenscyclus

Rups: september-juni. De soort overwintert als jonge rups, met meerdere bij elkaar in een taai gemeenschappelijk spinsel aan een tak van de waardplant. Deze zogenoemde winternesten bevinden zich vaak aan het uiteinde van de takken zodat ze veel zon vangen. De rupsen, die sterk irriterende haren hebben, verpoppen zich, soms gemeenschappelijk, in een cocon tussen de bladeren aan de waardplant of in de strooisellaag. De eieren worden in groepen afgezet en bedekt met haren van het achterlijf van het vrouwtje.

Herkenning

Kenmerken vlinder

Voorvleugellengte: ♂ 16-20 mm, ♀ 18-19 mm. De bovenzijde van de vleugels is enigszins zijdeachtig en zuiver wit, hoewel het mannetje soms enkele kleine donkere vlekjes bij de binnenrandhoek van de voorvleugel heeft. De bovenkant van het achterlijf van het mannetje is van voren wit maar aan het uiteinde diep chocolade- of roestbruin van kleur en sterk behaard. Bij het vrouwtje is de hele bovenkant van het achterlijf bruinachtig grijs met aan het uiteinde een grote bolvormige toef donkerbruine haren. Bij verstoring tonen de vlinders vaak het uiteinde van het achterlijf door het omhoog te steken of om te krullen. De antennen van het mannetje zijn sterk geveerd, die van het vrouwtje slechts licht geveerd.

Kenmerken rups

Tot 32 mm; lichaam zwartachtig grijs, bedekt met borstels van korte, grijsachtig bruine haren, op kleine wratjes ingeplant; over de rug een gebroken, dubbele oranjerode lengtestreep met aan weerszijden een rij borsteltjes van zeer korte witte haartjes; segment negen en tien elk met een verheven rode vlek op het midden van de rug; kop glimmend zwart. De haren kunnen een vervelende uitslag veroorzaken.

Gelijkende soorten vlinder

De donsvlinder (E. similis) heeft een grotendeels wit achterlijf met een goudgeel of oranjebruin uiteinde en het mannetje heeft een duidelijke donkere vlek in de binnenrandhoek. Zie ook de moerasspinner (Laelia coenosa), de satijnvlinder (Leucoma salicis) en de zwarte-l-vlinder (Arctornis l-nigrum).

Foto's

Verspreiding

Zeldzaamheid

Algemeen. Komt vooral voor in de kuststreek; ook elders wordt deze soort af en toe waargenomen. RL: gevoelig.

België

Vrij algemeen in de kuststreek; elders in Vlaanderen zeldzaam en grotendeels ontbrekend. In Wallonië bekend uit alle provincies, maar zeldzaam en lokaal. De soort staat op de Rode Lijst van Vlaanderen als Momenteel niet in Gevaar (Veraghtert et al. 2023).

Mondiaal

Van het zuidwestelijke Middellandse Zeegebied, ook landen in Noordwest-Afrika en het Iberisch schiereiland, via West- en Midden-Europa, inclusief Zuid-Engeland, oostwaarts tot Rusland. Naar het noorden tot in Scandinavië en naar het zuiden via Italië, de Balkan, Turkije en de Kaspische Zee tot Midden-Azië. In Noord-Amerika, al meer dan 100 jaar geleden, geïmporteerd.

Habitat

Vooral duindoornstruwelen langs de kust; in het binnenland struwelen, parken en soms tuinen (soms schadelijk in eikenlanen en meidoornaanplanten).

Duinen

Lanen

Parken

Struwelen

Tuinen

Waardplanten

Diverse loofbomen en struiken waaronder de walnoot, wilg en meidoorn; in de kuststreek vooral duindoorn.

Braam

Duindoorn

Meidoorn

Walnoot

Wilg

Benaming

  • Engelse naam Brown-tail
  • Duitse naam Goldafter
  • Franse naam le Cul brun
  • Oud Nederlandse naam donsvlinder
  • Synoniemen Porthesia chrysorrhoea
    Nygmia chrysorrhoea
    Liparis chrysorrhoea
    Euproctis phaeorrhoea
    Nygmia phaeorrhoea

Meer over de naam

Toelichting Nederlandse naam
Bastaardsatijnvlinder is een al lang bestaande naam die al gebruikt wordt door Ter Haar in ‘Onze vlinders’; Ter Haar gebruikte overigens een iets andere spelling, namelijk ‘basterdsatijnvlinder’.De vlinder lijkt veel op de satijnvlinder.Ook in de tuinbouw wordt de naam bastaardsatijnvlinder gebruikt (soms schadelijk door kaalvraat). Meer over Nederlandse namen

Toelichting wetenschappelijke naam
Euproctis: eu is goed en proktos is de anus, de achterkant, naar de sterk ontwikkelde anale pluim.chrysorrhoea: khrusos is goud en rheo is vloeien, naar de mooie, vloeiende gouden staart. Haworth (1803) vond dat deze naam beter paste bij E. similis en hernoemde deze soort naar phaeorrhoeus, phaios is een beetje donker.

Auteursnaam en jaartal
(Linnaeus, 1758)

Geef je waarneming door!

Heb je een bijzondere vlinder of libel gespot? Meld het ons! Jouw waarnemingen zijn waardevol voor het behoud van deze insecten. Samen kunnen we hun populaties in kaart brengen en beschermen. Help mee aan het behoud van deze prachtige dieren en draag bij aan de wetenschap van de biodiversiteit.

Waarneming melden