Vliegtijd & gedrag
Begin oktober-half december in één generatie. Het begin en het eind van de vliegtijd hangen af van de weersomstandigheden. De mannetjes komen goed op licht. Zowel de mannetjes als de vrouwtjes kunnen in het donker worden gevonden door de waardplanten af te zoeken.
Verspreiding in Nederland
Trends
De grafiek toont de populatietrend van de soort op basis van tellingen binnen het NEM‑meetnet Nachtvlinders. Wanneer de grafiek leeg is, betekent dit dat de soort in de afgelopen drie jaar op te weinig meetpunten is waargenomen om een betrouwbare trend te kunnen berekenen. Komt de soort bij jou in de buurt voor en wil je tijdens de vliegtijd eens per twee weken met een lichtval tellen en de gegevens invoeren op meetnet.vlinderstichting.nl? Stuur dan een e‑mail naar meetnet@vlinderstichting.nl om je aan te melden als teller.
Levenscyclus
Rups: april-juni. De rups verpopt zich in de grond. De soort overwintert als ei op de waardplant.
Herkenning
Kenmerken vlinder
Voorvleugellengte: 14-18 mm. Het mannetje heeft een vrij licht gekleurde voorvleugel met een enigszins zijdeachtige glans; de achtervleugel is witachtig. De vleugelstompjes van het vrouwtje reiken tot halverwege het achterlijf en hebben duidelijk zichtbare, vrij brede zwarte bandjes.
Kenmerken rups
Tot 21 mm; lichaam geelachtig groen met een grijsachtige middenstreep over de rug; over de spiracula een grijze lengtestreep, die aan de bovenrand geel gezoomd is; spiracula zwart; kop en thoraxale poten zwart.
Gelijkende soorten vlinder
De herfstspanner (Epirrita dilutata), de bleke novemberspanner (Epirrita christyi) en de novemberspanner (Epirrita autumnata) zijn over het algemeen groter en grijzer van kleur. Het mannetje van de kleine wintervlinder (O. brumata) heeft een donkerder voorvleugel (zonder zijdeachtige glans) met een rondere vleugelpunt; het vrouwtje van de kleine wintervlinder heeft kleinere vleugelstompjes met een smal zwart dwarsbandje. De vrouwtjes van de meeste andere spanners met sterk gereduceerde vleugels zijn groter.
Gelijkende soorten rups
Kleine wintervlinder (Operophtera brumata); de kleine wintervlinder heeft echter geen zwarte kop en geen zwarte borstpoten.
Foto's
Rups
Vlinder
Verspreiding
Zeldzaamheid
Vrij algemeen. Komt vooral voor in Drenthe, Overijssel, Gelderland, Noord-Brabant en Limburg. RL: niet bedreigd.
België
Zeer zeldzaam in Vlaanderen; nagenoeg beperkt tot de Limburgse Kempen; lokaal talrijk. In Wallonië wijdverbreid en vrij algemeen. De soort staat op de Rode Lijst van Vlaanderen als Bijna in Gevaar (Veraghtert et al. 2023).
Mondiaal
In Europa vooral in berggebieden, hier komt de verbreiding overeen met die van rode beuken. In Noord-Europa tot Noord-Scandinavië, in het oosten en zuiden tot de Oekraïne en Turkije.