Vliegtijd & gedrag
Begin augustus-begin oktober in één generatie. De vlinders komen zowel op licht als op smeer en bezoeken bloemen van vooral struikhei en kruiskruid. Overdag rusten ze vaak laag op een naaldboomstam.
Verspreiding in Nederland
Trends
De grafiek toont de populatietrend van de soort op basis van tellingen binnen het NEM‑meetnet Nachtvlinders. Wanneer de grafiek leeg is, betekent dit dat de soort in de afgelopen drie jaar op te weinig meetpunten is waargenomen om een betrouwbare trend te kunnen berekenen. Komt de soort bij jou in de buurt voor en wil je tijdens de vliegtijd eens per twee weken met een lichtval tellen en de gegevens invoeren op meetnet.vlinderstichting.nl? Stuur dan een e‑mail naar meetnet@vlinderstichting.nl om je aan te melden als teller.
Levenscyclus
Rups: april-juli. De rups rust op de waardplant. De verpopping vindt plaats in een cocon in een holletje in de grond of onder mos. De soort overwintert als ei.
Herkenning
Kenmerken vlinder
Voorvleugellengte: 18-21 mm. In rust valt deze uil nauwelijks op vanwege de sterke gelijkenis met een afgebroken takje. De vlinder rust met de kop naar beneden tegen de stengel of de stam van de waardplant, houdt de vleugels strak om het lichaam gevouwen en het lichaam iets opgericht van de ondergrond. De smalle staalgrijs met witte voorvleugel is enigszins hoekig. De niervlek is groot en opvallend en de golflijn is in het midden getand. Vanuit de golflijn wijzen enkele zwarte pijlvlekken naar binnen. Er is weinig variatie; sommige exemplaren hebben een duidelijke donkere middenband.
Gelijkende soorten vlinder
De roetvlek (Xylena exsoleta) is groter en heeft een donkerbruin borststuk.
Gelijkende soorten rups
Grote bosbesuil (Eurois occulta).N.B.: vergelijk behalve de uiterlijke kenmerken ook de tijd van het jaar waarin de rupsen voorkomen, het habitat en de waardplant(en).
Foto's
Ei-afzet
Rups
Vlinder
Verspreiding
Zeldzaamheid
Zeldzaam. Komt vrijwel uitsluitend voor op de Veluwe; slechts een enkele waarneming daarbuiten. RL: kwetsbaar.
België
Zeer zeldzaam en zeer lokaal; beperkt tot de veengebieden van de Hoge Ardennen in Luik en Luxemburg.
Mondiaal
Wijdverbreid in Noord- en Midden-Europa, naar het noorden tot boven de poolcirkel. Ontbreekt in veel streken van Zuid-Europa. De zuidgrens van het zeer verbrokkelde areaal: Midden-België, West-Frankrijk, de zuidelijke Alpen en op de Balkan tot Zuidwest-Bulgarije. Noord- en Midden-Azië tot Japan. Oude opgaven uit Noord-Amerika hebben betrekking op L. germana (Morrison, 1874) wat vroeger een ondersoort van solidaginis was (Mikkola, Lafontaine & Kononenko 1991).