Gevoelig

Bruine granietuil

Crypsedra gemmea

Vliegtijd & gedrag

Begin juli-begin september in één generatie. De vlinders komen op licht en smeer.

Bruine granietuil

Verspreiding in Nederland

Bruine granietuil

Trends

De grafiek toont de populatietrend van de soort op basis van tellingen binnen het NEM‑meetnet Nachtvlinders. Wanneer de grafiek leeg is, betekent dit dat de soort in de afgelopen drie jaar op te weinig meetpunten is waargenomen om een betrouwbare trend te kunnen berekenen. Komt de soort bij jou in de buurt voor en wil je tijdens de vliegtijd eens per twee weken met een lichtval tellen en de gegevens invoeren op meetnet.vlinderstichting.nl? Stuur dan een e‑mail naar meetnet@vlinderstichting.nl om je aan te melden als teller.

Levenscyclus

Rups: april-juni. De rups leeft eerst op de halmen van de waardplant, later dicht bij de grond in gangen die bekleed zijn met afgebeten plantendelen; in deze gangen vindt ook de verpopping plaats. De soort overwintert als ei.

Herkenning

Kenmerken vlinder

Voorvleugellengte: 16-20 mm. De olijfbruine voorvleugel heeft een groenige glans en een bont patroon van witte, zwartgerande vlekken en dwarslijnen; de hoeveelheid wit kan variëren. De ringvlek en de niervlek zijn groot en wit met daarin zwarte lijntjes; de eveneens witte halvemaanvormige tapvlek kan donker gevuld zijn.

Gelijkende soorten vlinder

De witvlek-silene-uil (Hadena albimacula) is kleiner en mist de olijfgroene tint; de witte tekening is minder uitgebreid en in plaats van een halvemaanvormige witte tapvlek is een min of meer rechthoekige vlek aanwezig.

Foto's

Verspreiding

Zeldzaamheid

Zeldzaam. Komt vrijwel uitsluitend voor op de Veluwe en lokaal op de zandgronden in Drenthe en Zuidoost-Friesland. RL: gevoelig.

België

Beperkt tot Wallonië. Verbreid, maar zeldzaam en lokaal in de Ardennen.

Mondiaal

Midden- en Noord-Europa. In Scandinavië tot Midden-Noorwegen, Noord-Zweden en Midden-Finland; in Rusland tot Karelië en Kirow (de oostelijkste vindplaats). Verdere verbreiding in Rusland is onbekend. Naar het westen en zuiden tot de Franse Oceaankust, Zuid-Frankrijk, Midden-Italië en Macedonië. In de lage delen van Noord- en Oost-Duitsland schijnt ze pas in de 20e eeuw binnengekomen te zijn. Tot 1850 alleen bekend van de Alpen tot het Harz-gebergte. 1890 in Berlijn, 1900 Brandenburg, 1903 Mecklenburg en 1917 Pommeren (Chappius 1942).

Habitat

Heiden en andere open, grazige gebieden.

Heiden

Open landschappen algemeen

Waardplanten

Diverse grassen, waaronder vooral pijpenstrootje.

Pijpenstrootje

Benaming

  • Engelse naam Cameo
  • Duitse naam Bunte Waldgraseule
  • Synoniemen Polymixis gemmea

Meer over de naam

Toelichting Nederlandse naam
De witte vlekken doen denken een steensoort, in dit geval graniet. De wetenschappelijke soortnaam wijst op kostbaarder steensoorten.De grondkleur is een mooie bruintint. Meer over Nederlandse namen

Toelichting wetenschappelijke naam
gemmea: gemmeus is versierd met kostbare stenen. Verwijzend naar de opvallende witte vlekken op de donkerder grondkleur.

Auteursnaam en jaartal
(Treitschke, 1825)

Geef je waarneming door!

Heb je een bijzondere vlinder of libel gespot? Meld het ons! Jouw waarnemingen zijn waardevol voor het behoud van deze insecten. Samen kunnen we hun populaties in kaart brengen en beschermen. Help mee aan het behoud van deze prachtige dieren en draag bij aan de wetenschap van de biodiversiteit.

Waarneming melden