Vliegtijd & gedrag
Half mei-eind september in twee generaties. De vlinders vliegen vanaf de schemering; ze komen op smeer en in mindere mate op licht. Overdag rusten de vlinders op een boomstam of op naalden op de grond; ze zijn gemakkelijk te verstoren.
Verspreiding in Nederland
Trends
De grafiek toont de populatietrend van de soort op basis van tellingen binnen het NEM‑meetnet Nachtvlinders. Wanneer de grafiek leeg is, betekent dit dat de soort in de afgelopen drie jaar op te weinig meetpunten is waargenomen om een betrouwbare trend te kunnen berekenen. Komt de soort bij jou in de buurt voor en wil je tijdens de vliegtijd eens per twee weken met een lichtval tellen en de gegevens invoeren op meetnet.vlinderstichting.nl? Stuur dan een e‑mail naar meetnet@vlinderstichting.nl om je aan te melden als teller.
Levenscyclus
Rups: juli-mei. De rups is vooral ´s nachts actief. De soort overwintert als jonge rups en verpopt zich in een stevige cocon op een tak van de waardplant.
Herkenning
Kenmerken vlinder
Voorvleugellengte: 13-15 mm. Deze spinneruil heeft een tamelijk slank gebouwd lichaam. De warme grijsachtig bruine, vaak lila getinte voorvleugel heeft langs de achterrand bij de vleugelpunt een grote roestbruin gekleurde vlek. De achterrand van de voorvleugel heeft een karakteristieke dubbele uitholling met halverwege een stompe punt en de vleugelpunt is scherp. Kenmerkend zijn de twee fijne donkergerande geelachtig bruine dwarslijnen, die grofweg recht over de voorvleugel lopen en bij de voorrand een scherpe hoek maken. Tussen deze centrale dwarslijnen liggen twee zwarte vlekjes. Ook over de achtervleugel loopt een donkergerande lichte dwarslijn.
Kenmerken rups
Tot 24 mm; lichaam achter de kop en naar de staart enigszins gezwollen; de eerste vier buikpootparen zeer klein; lichaam blauwachtig groen met onregelmatige zwarte en groenachtig witte tekening; op de rug van segment elf een paar verheven wratten; kop groenachtig wit met zwarte tekening.
Gelijkende soorten vlinder
De bleke eenstaart (Falcaria lacertinaria) heeft een andere rusthouding en een onregelmatiger gekartelde achterrand; op de voorvleugel bevindt zich slechts één middenstip, de dwarslijnen zijn donkerder dan de grondkleur en de achtervleugel is lichter en heeft geen dwarslijn. Zie ook de booglijnuil (Colobochyla salicalis).
Gelijkende soorten rups
Blauw weeskind (Catocala fraxini), rood weeskind (Catocala nupta) en karmozijnrood weeskind (Catocala sponsa). N.B.: vergelijk behalve de uiterlijke kenmerken ook de tijd van het jaar waarin de rupsen voorkomen, het habitat en de waardplant(en).
Foto's
Rups
Vlinder
Museum
Verspreiding
Zeldzaamheid
Vrij algemeen. Was rond 2010 nog zeldzaam, maar breidt zich sinds 2013 snel uit en kan nu in grote delen van het land gevonden worden. RL: bedreigd.
België
In Vlaanderen vrij zeldzaam. Voor 2010 nagenoeg verdwenen in grote delen van Vlaanderen behalve de Westkust, maar sindsdien spectaculair toegenomen met talrijke vindplaatsen in alle provincies. In Wallonië zeldzaam, maar wijdverbreid en lokaal vrij algemeen. De soort staat op de Rode Lijst van Vlaanderen als Momenteel niet in Gevaar (Veraghtert et al. 2023).
Mondiaal
De zuidgrens: het noorden van het Iberisch schiereiland - Corsica - Zuid-Italië - Zuid-Griekenland - de Zwarte Zee - het zuiden van de Kaukasus. Naar het noorden tot Zuid-Engeland en Zuid-Noorwegen. Komt ook voor in het Oessoeri-gebied en in Oost-Azië.