Vliegtijd & gedrag
Mei-juni en augustus-september in twee generaties. De vlinders vliegen vooral rond boomkruinen en komen op licht. Overdag rusten ze op boomstammen of in het gras.
Verspreiding in Nederland
Trends
De grafiek toont de populatietrend van de soort op basis van tellingen binnen het NEM‑meetnet Nachtvlinders. Wanneer de grafiek leeg is, betekent dit dat de soort in de afgelopen drie jaar op te weinig meetpunten is waargenomen om een betrouwbare trend te kunnen berekenen. Komt de soort bij jou in de buurt voor en wil je tijdens de vliegtijd eens per twee weken met een lichtval tellen en de gegevens invoeren op meetnet.vlinderstichting.nl? Stuur dan een e‑mail naar meetnet@vlinderstichting.nl om je aan te melden als teller.
Levenscyclus
Uit Nederland zijn weinig rupsenvondsten bekend; in de omringende landen worden de rupsen in juni-juli en in september-oktober waargenomen. De soort overwintert als pop in de strooisellaag.
Herkenning
Kenmerken vlinder
Voorvleugellengte: 10-13 mm. Een duidelijk herkenbare vuilwitte tot (donker)geelbruine spanner met op de voorvleugel twee fijne, soms heel vage, donkere dwarslijnen, die vlak bij de voorrand een hoek maken en zich allebei verbreden tot een donkere vlek. Dichter naar de vleugelpunt bevindt zich nog een derde donkere vlek. Soms zijn ook enkele kleinere vlekjes aanwezig langs de achterrand. Over de achtervleugel loopt slechts één gekromde buitenste dwarslijn.
Foto's
Rups
Vlinder
Verspreiding
Zeldzaamheid
Vrij zeldzaam. Komt vooral voor in het zuiden van het land. RL: niet bedreigd.
België
Vrij zeldzaam in Vlaanderen, met het zwaartepunt van de verspreiding op de assen Gent-Kortrijk en Antwerpen-Brussel; daarbuiten lokaal. Zeer zeldzaam in Wallonië. De soort staat op de Rode Lijst van Vlaanderen als Momenteel niet in Gevaar (Veraghtert et al. 2023).
Mondiaal
Noord-Afrika, Noordwest-Europa, Engeland, de Noordzeekust en delen van Midden-Europa (Duitsland, Zwitserland, Oostenrijk). Niet in Scandinavië en niet zuidelijk van de Alpen en de Balkan. Meldingen uit de Krim, Dalmatië en West-Turkije dienen te worden gecontroleerd. Viidalepp (1996) geeft meldingen aan uit Toerkmenistan en Oesbekistan.