Vliegtijd & gedrag
Eind maart-eind juli in één generatie. De vlinders vliegen vanaf de schemering en komen op licht.
Verspreiding in Nederland
Trends
De grafiek toont de populatietrend van de soort op basis van tellingen binnen het NEM‑meetnet Nachtvlinders. Wanneer de grafiek leeg is, betekent dit dat de soort in de afgelopen drie jaar op te weinig meetpunten is waargenomen om een betrouwbare trend te kunnen berekenen. Komt de soort bij jou in de buurt voor en wil je tijdens de vliegtijd eens per twee weken met een lichtval tellen en de gegevens invoeren op meetnet.vlinderstichting.nl? Stuur dan een e‑mail naar meetnet@vlinderstichting.nl om je aan te melden als teller.
Levenscyclus
Rups: juni-augustus. De soort overwintert als pop achter de schors van de waardplant of in de strooisellaag.
Herkenning
Kenmerken vlinder
Voorvleugellengte: 8-11 mm. Lijkt veel op de voorjaarsdwergspanner (E. abbreviata), maar is kleiner en bonter getekend. Opvallend is het witachtige veld aan de buitenzijde van de middenstip. De donkere middenstip is rond en ligt altijd op de afscheiding met het wortelveld. Aan de binnenzijde van de buitenste dwarsband bevinden zich donkere pijlvlekjes, niet alleen ter hoogte van de middenstip, maar soms zelfs over de hele lengte van de dwarsband. Langs de voorrand en de binnenrand van de voorvleugel ligt vaak een oranjebruine streep. De voorvleugel is vaak wat afgerond. De achtervleugel is duidelijk getekend en heeft in het midden een witachtig veld.
Kenmerken rups
Lengte: 22-24 mm. Lijf gewoonlijk in een lichtbruine tint met een duidelijke rij donkerbruine v's of driehoekige tekens over het midden van de rug.
Gelijkende soorten vlinder
De fijnspardwergspanner (E. tantillaria) heeft een grotere zwarte middenstip, krachtiger dwarslijnen en een lichtere achtervleugel; de pijlvlekken langs de binnenzijde van de buitenste dwarsband ontbreken. Zie ook de voorjaarsdwergspanner (E. abbreviata) en de jeneverbesdwergspanner (E. pusillata).
Gelijkende soorten rups
Zwartvlekdwergspanner (Eupithecia centaureata), heidedwergspanner (Eupithecia satyrata), egale dwergspanner (Eupithecia absinthiata), schermbloemdwergspanner (Eupithecia tripunctaria), smalvleugeldwergspanner (Eupithecia nanata), jeneverbesdwergspanner (Eupithecia pusillata), v-dwergspanner (Chloroclystis v-ata), zwartkamdwergspanner (Gymnoscelis rufifasciata), guldenroededwergspanner (Eupithecia virgaureata), voorjaarsdwergspanner (Eupithecia abbreviata), vingerhoedskruiddwergspanner (Eupithecia pulchellata) en beverneldwergspanner (Eupithecia pimpinellata). N.B.: vergelijk behalve de uiterlijke kenmerken ook de tijd van het jaar waarin de rupsen voorkomen, het habitat en de waardplant(en).
Foto's
Vlinder
Verspreiding
Zeldzaamheid
Vrij algemeen. Wordt vooral waargenomen in Gelderland, Noord-Brabant en de kustprovincies; op sommige vliegplaatsen talrijk. RL: niet bedreigd.
België
Vrij zeldzaam in heel Vlaanderen, maar wijdverbreid en lokaal algemeen ten oosten van de lijn Antwerpen-Brussel. In Wallonië wijdverbreid, maar lokaal. De soort staat op de Rode Lijst van Vlaanderen als Momenteel niet in Gevaar (Veraghtert et al. 2023).
Mondiaal
Vooral in Zuid-Europa wijdverbreid. Van Noordwest-Afrika, via het Iberisch Schiereiland, het Middellandse Zeegebied tot de Balkan en Klein-Azië. Noordelijk hiervan op de Britse eilanden, Midden- en Oost-Europa; in het noorden tot Zuid-Scandinavië.