Vliegtijd & gedrag
Begin mei-half juli in één generatie.
Verspreiding in Nederland
Trends
De grafiek toont de populatietrend van de soort op basis van tellingen binnen het NEM‑meetnet Nachtvlinders. Wanneer de grafiek leeg is, betekent dit dat de soort in de afgelopen drie jaar op te weinig meetpunten is waargenomen om een betrouwbare trend te kunnen berekenen. Komt de soort bij jou in de buurt voor en wil je tijdens de vliegtijd eens per twee weken met een lichtval tellen en de gegevens invoeren op meetnet.vlinderstichting.nl? Stuur dan een e‑mail naar meetnet@vlinderstichting.nl om je aan te melden als teller.
Levenscyclus
Rups: juni-augustus. De rupsen leven in gallen op sparren; deze gallen worden veroorzaakt door bladluizen. De door rupsen bewoonde gallen zijn te herkennen aan de opening, waaruit uitwerpselen hangen. Ook de verpopping vindt plaats in de gal en de pop overwintert.
Herkenning
Kenmerken vlinder
Voorvleugellengte: 9-13 mm. Lijkt sterk op de spardwergspanner (E. abietaria) met een eveneens duidelijke dikke middenstip. De flauw zichtbare golflijn is relatief stomp getand. De palpen zijn vrij lang.
Gelijkende soorten vlinder
De spardwergspanner (E. abietaria) is gemiddeld groter, helderder getekend en heeft een scherper getande golflijn. De palpen zijn korter.
Gelijkende soorten rups
De rupsen van de Eupithecia-soorten lijken veel op elkaar. Bij determinatie kan de waardplant een handig hulpmiddel zijn.
Foto's
Vlinder
Verspreiding
Zeldzaamheid
Zeer zeldzaam. Een soort die vooral voorkwam in Gelderland, Utrecht en Limburg, maar waarvan maar enkele recente waarnemingen bekend zijn. RL: gevoelig.
België
Zeer zeldzaam. Gekend uit o.m. Namen en Luxemburg, maar recente waarnemingen ontbreken. De soort staat als Regionaal Uitgestorven op de Rode Lijst Vlaanderen (Veraghtert et al. 2023).
Mondiaal
Niet op de Britse eilanden; in Scandinavië tot boven de poolcirkel. Van Noordwest-Europa tot de Oeral en Siberië; het zuiden van Midden-Europa tot de zuidrand van de Alpen.