Vliegtijd & gedrag
Half september-begin december in één generatie. De vlinders komen zowel op licht als op smeer en bezoeken overrijpe bramen en bloemen van klimop.
Verspreiding in Nederland
Trends
De grafiek toont de populatietrend van de soort op basis van tellingen binnen het NEM‑meetnet Nachtvlinders. Wanneer de grafiek leeg is, betekent dit dat de soort in de afgelopen drie jaar op te weinig meetpunten is waargenomen om een betrouwbare trend te kunnen berekenen. Komt de soort bij jou in de buurt voor en wil je tijdens de vliegtijd eens per twee weken met een lichtval tellen en de gegevens invoeren op meetnet.vlinderstichting.nl? Stuur dan een e‑mail naar meetnet@vlinderstichting.nl om je aan te melden als teller.
Levenscyclus
Rups: april-juni. Jonge rupsen foerageren in een spinsel op de jonge uitlopers van diverse loofbomen. De rups maakt een cocon in de grond en verpopt zich daarin enkele weken later. De soort overwintert als ei op de waardplant.
Herkenning
Kenmerken vlinder
Voorvleugellengte: 14-16 mm. Deze tamelijk gelijkmatig getekende uil is van de meeste andere in het najaar vliegende bruinachtige, niet verwante, uilen te onderscheiden door de smalle roodachtige afzetting langs de lichte golflijn. De golflijn loopt vrijwel geheel recht, maar vlak bij de voorrand bevindt zich een Z-vormige verspringing. De voorvleugel heeft meestal een lichte geelachtig bruine kleur, soms met een roodachtige tint; soms is de voorvleugel duidelijk geel. De binnenste lob van de niervlek is meestal donker of zelfs intens zwart, maar kan in sommige gevallen dezelfde kleur hebben als de grondkleur van de vleugel. De achtervleugel is zeer donker, soms bijna zwart.
Gelijkende soorten vlinder
Zie de bruine herfstuil (Sunira circellaris) en de zwartstipvlinder (A. lota).
Gelijkende soorten rups
Zwartstipvlinder (A. lota).N.B.: vergelijk behalve de uiterlijke kenmerken ook de tijd van het jaar waarin de rupsen voorkomen, het habitat en de waardplant(en).
Foto's
Rups
Vlinder
Museum
Verspreiding
Zeldzaamheid
Zeer algemeen. Komt vooral voor op de zandgronden in het binnenland en in de duinen; daarbuiten minder algemeen. RL: niet bedreigd.
België
Vrij algemeen in het hele land. De soort staat op de Rode Lijst van Vlaanderen als Momenteel niet in Gevaar (Veraghtert et al. 2023).
Mondiaal
Europa en Voor-Azië. Zuidelijk tot Centraal-Spanje, Sicilië, Noord-Griekenland, Klein-Azië en Libanon. Noordelijk tot Schotland, Midden-Scandinavië, Estland, Midden-Polen, Karpaten, de Krim en de Kaukasus. Op het Iberisch schiereiland en in Italië problemen met de afbakening t.o.v. A. blidaensis (Stertz, 1915).