Incidenteel

Grauwe stofuil

Caradrina gilva

Vliegtijd & gedrag

Juni-augustus in één generatie.

Grauwe stofuil

Verspreiding in Nederland

Grauwe stofuil

Trends

De grafiek toont de populatietrend van de soort op basis van tellingen binnen het NEM‑meetnet Nachtvlinders. Wanneer de grafiek leeg is, betekent dit dat de soort in de afgelopen drie jaar op te weinig meetpunten is waargenomen om een betrouwbare trend te kunnen berekenen. Komt de soort bij jou in de buurt voor en wil je tijdens de vliegtijd eens per twee weken met een lichtval tellen en de gegevens invoeren op meetnet.vlinderstichting.nl? Stuur dan een e‑mail naar meetnet@vlinderstichting.nl om je aan te melden als teller.

Levenscyclus

De soort overwintert als rups.

Herkenning

Kenmerken vlinder

Voorvleugellengte: 16-17 mm. De voorvleugel van deze uil is grauwgrijs, soms met een blauwe of zilverkleurige waas, soms enigszins naar bruin neigend, en heeft een ruw aandoend uiterlijk. Er is relatief weinig tekening. Het duidelijkst zichtbaar zijn de donkere, doorgaans licht afgezette centrale dwarslijnen, die in de richting van de binnenrand naar elkaar toe lopen, en de golflijn waarvan vooral juist de lichte afzetting opvalt. De achterrand met franje vertoont vaak een lichte basis, een donker midden en een haast witachtig uiteinde. De niervlek is vaak vaag en de ringvlek is in de meeste gevallen onzichtbaar. De achtervleugel is licht met een parelmoerglans, heeft donkere aders en een smalle grijze zoom die sterk tegen de lichte basis van de franje afsteekt.

Foto's

Verspreiding

Zeldzaamheid

Deze vlindersoort werd in ons land voor het eerst waargenomen in 2009 en wordt sindsdien jaarlijks in Zuid-Limburg gezien.

België

Zeer zeldzaam. Een recente nieuwkomer met waarnemingen in Hasselt (2011), Mechelen (2012-2016) en Mortsel (2016). De soort staat op de Rode Lijst van Vlaanderen als Momenteel niet in Gevaar (Veraghtert et al. 2023).

Mondiaal

Deze soort komt vooral voor in de Alpen en op de Balkan. Aan het begin van de jaren 50 van de vorige eeuw bereikte deze soort ook Duitsland en breidt zich sindsdien langzaam uit naar het noorden; de vlinder heeft daarbij een voorkeur voor warme plaatsen langs spoorlijnen.

Habitat

Warme droge hellingen op een rotsige of stenige ondergrond, met een open vegetatie.

Hellingen

Waardplanten

Benaming

  • Duitse naam Reingraue Staubeule
  • Synoniemen Eremodrina gilva

Meer over de naam

Toelichting Nederlandse naam

Toelichting wetenschappelijke naam

Auteursnaam en jaartal
(Donzel, 1837)

Geef je waarneming door!

Heb je een bijzondere vlinder of libel gespot? Meld het ons! Jouw waarnemingen zijn waardevol voor het behoud van deze insecten. Samen kunnen we hun populaties in kaart brengen en beschermen. Help mee aan het behoud van deze prachtige dieren en draag bij aan de wetenschap van de biodiversiteit.

Waarneming melden