Grijze heispanner

Pachycnemia hippocastanaria

Vliegtijd & gedrag

Begin maart-eind augustus in twee generaties; zeer zelden een derde generatie tot eind september. De vlinders worden overdag soms opgejaagd van de waardplant. Ze vliegen vanaf de schemering en komen goed op licht.

Grijze heispanner

Verspreiding in Nederland

Grijze heispanner

Trends

De grafiek toont de populatietrend van de soort op basis van tellingen binnen het NEM‑meetnet Nachtvlinders. Wanneer de grafiek leeg is, betekent dit dat de soort in de afgelopen drie jaar op te weinig meetpunten is waargenomen om een betrouwbare trend te kunnen berekenen. Komt de soort bij jou in de buurt voor en wil je tijdens de vliegtijd eens per twee weken met een lichtval tellen en de gegevens invoeren op meetnet.vlinderstichting.nl? Stuur dan een e‑mail naar meetnet@vlinderstichting.nl om je aan te melden als teller.

Levenscyclus

Rups: mei-september. De soort overwintert als pop.

Herkenning

Kenmerken vlinder

Voorvleugellengte: 14-16 mm De smalle afgeronde voorvleugel is kenmerkend, maar heel ongewoon voor een spanner. De vleugels liggen in rust over elkaar heen. Door deze vorm lijkt de soort op een grote microvlinder. De centrale dwarslijnen vallen meestal goed op, de binnenste is scherphoekig, de buitenste gebogen. Het veld ertussen is soms donkerder dan de rest van de vleugel, vooral bij het vrouwtje. De grondkleur varieert van licht- tot donkerbruin of grijsbruin en heeft soms een purperachtige tint. De lichtere achtervleugel is vuilwit van kleur.

Gelijkende soorten vlinder

Verwarring is mogelijk met grote microvlinders, zoals het mannetje van de voorjaarskortvleugelmot (Diurnea fagella).

Foto's

Verspreiding

Zeldzaamheid

Vrij algemeen. Komt vooral voor op de zandgronden in het binnenland en lokaal in de duinen. RL: niet bedreigd.

België

In Vlaanderen vrij algemeen in de Kempische heideterreinen, maar daarbuiten ontbrekend. In Wallonië een handvol recente vindplaatsen ten zuiden van Samber en Maas. De soort staat op de Rode Lijst van Vlaanderen als Momenteel niet in Gevaar (Veraghtert et al. 2023).

Mondiaal

Van Noordwest-Afrika en het Iberisch Schiereiland via West- en Midden-Europa tot Zuid-Rusland; in het noorden tot Zuid-Scandinavië in het zuiden van de westelijke Middellandse Zee en de Balkan tot Klein-Azië.

Habitat

Vooral heiden; ook bossen en soms parken.

Bossen

Heiden

Parken

Waardplanten

Struikhei. De soort wordt in vrijwel alle literatuur als monofaag op struikhei beschreven; onlangs zijn echter etende rupsen waargenomen op grauwe wilg.

Struikhei

Wilg

Benaming

  • Engelse naam Horse Chestnut
  • Duitse naam Schmalflügeliger Heidekrautspanner
  • Franse naam la Pachycnémie des callunes . la Callunaire
  • Synoniemen Sthanelia hippocastanaria
    Pachycnemia modestaria

Meer over de naam

Toelichting Nederlandse naam
Deze spannersoort heeft struikheide als waardplant en de vlinder is vooral grijs (tot grijsbruin). Meer over Nederlandse namen

Toelichting wetenschappelijke naam
Pachycnemia: pakhus is dik en kneme is scheen (de tibia van een insectenpoot), naar de ontbrekende achtertibia van het mannetje.hippocastanaria: Aesculus hippocastanum is de witte paardekastanje. De naamkeuze is onduidelijk. De waardplant was destijds nog onbekend en de kastanje wordt zelden door vlinders benut. Het is goed mogelijk dat Hübner verkeerde informatie had gekregen. De grijze voorvleugels hebben soms een paarsachtige tint maar hebben niets van de kastanje. Later opperde Duponchel nog foutief dat de Casyanea sativa, de tamme kastanje was bedoeld.

Auteursnaam en jaartal
(Hübner, 1799)

Geef je waarneming door!

Heb je een bijzondere vlinder of libel gespot? Meld het ons! Jouw waarnemingen zijn waardevol voor het behoud van deze insecten. Samen kunnen we hun populaties in kaart brengen en beschermen. Help mee aan het behoud van deze prachtige dieren en draag bij aan de wetenschap van de biodiversiteit.

Waarneming melden