Vliegtijd & gedrag
Half juli-begin september in één generatie.
Verspreiding in Nederland
Trends
De grafiek toont de veranderingen van de talrijkheid in de loop van de tijd. De gegevens zijn afkomstig uit het Landelijk Meetnet Vlinders (CBS / De Vlinderstichting) en de Nationale Databank Flora en Fauna.
Levenscyclus
De soort overwintert als halfvolgroeide rups.
Herkenning
Kenmerken vlinder
Voorvleugellengte: 29-33 mm. De vleugels van deze grote zandoog hebben een crèmekleurige band. De band op de bovenkant van de vleugels is niet onderbroken en vaak niet scherp afgegrensd. Het vrouwtje heeft twee oogvlekken op de voorvleugel, het mannetje slechts één.
Kenmerken rups
Tot 36 mm; naar de staart versmald; staart met twee kleine uitsteeksels; lichaam bleek grijsachtig bruin tot geelachtig bruin met donkerder bruine lengtestrepen over rug en flanken en een zwartachtig bruine middenstreep over de rug; kop lichtbruin met vier donkere strepen.
Foto's
Ei-afzet
Vlinder
Museum
Verspreiding
Zeldzaamheid
Een dwaalgast, waarvan slechts één waarneming uit Nederland bekend is; het betreft een mannetje bij Nijmegen in 1901.
Mobiliteit
In de literatuur staat de grote boswachter vermeld als honkvast.
Europa
De grote boswachter komt voor van Noord-Spanje tot Midden-Duitsland en Rusland. In Midden-Frankrijk is het een algemene soort. De dichtstbijzijnde populaties vliegen in de Franse Elzas en de Vogezen.
Mondiaal
Van West-Europa (Pyreneeën en zuidwest-Frankrijk) naar het oosten tot Zuid-Rusland. Naar het noorden tot Midden-Duitsland (zuidelijk Thüringen), naar het zuiden tot Italië (Sicilië!) en de Balkan.