Vliegtijd & gedrag
Maart-half april in één generatie. De vlinders komen op licht en op smeer.
Verspreiding in Nederland
Trends
De grafiek toont de populatietrend van de soort op basis van tellingen binnen het NEM‑meetnet Nachtvlinders. Wanneer de grafiek leeg is, betekent dit dat de soort in de afgelopen drie jaar op te weinig meetpunten is waargenomen om een betrouwbare trend te kunnen berekenen. Komt de soort bij jou in de buurt voor en wil je tijdens de vliegtijd eens per twee weken met een lichtval tellen en de gegevens invoeren op meetnet.vlinderstichting.nl? Stuur dan een e‑mail naar meetnet@vlinderstichting.nl om je aan te melden als teller.
Levenscyclus
Rups: mei-begin juli. De rups kan overdag worden aangetroffen op de lagere takken van oude berken. De soort overwintert als pop in de grond, soms meer dan één jaar.
Herkenning
Kenmerken vlinder
Voorvleugellengte: 20-24 mm. Een grote, fors gebouwde uil met een sterk behaard borststuk en een krachtige zwarte tekening op de voorvleugel. De grote lichte niervlek is enigszins vervormd en heeft aan de binnenzijde een zwartgerande witte streep die in het verlengde ligt van de donkere hoofdader in het midden van de vleugel. De grondkleur varieert van bruinachtig grijs tot soms zwartachtig bruin.
Foto's
Vlinder
Verspreiding
Zeldzaamheid
Van deze soort zijn in 1895 twee exemplaren waargenomen bij Breda.
België
Zeer zeldzaam. Komt lokaal voor in Namen en Luxemburg.
Mondiaal
In Europa vooral in het centrum; in het zuiden meer als een bergsoort in het Centraal-Massief, de zuiddalen van de Alpen, Slovenië, Bosnië-Herzegowina en Bulgarije. In het noorden een geïsoleerd areaal in Schotland, verder Midden-Noorwegen, Midden-Zweden, Midden-Finland (met enkelingen meer naar het noorden) en Karelië. Verder dwars door Noord-Azië tot Sachalin en Japan.