Vliegtijd & gedrag
Half april-half oktober in waarschijnlijk twee generaties; er zijn ook enkele waarnemingen bekend uit de wintermaanden. De vlinders komen zowel op licht als op smeer en bezoeken bloemen; ook binnenshuis aan te treffen.
Verspreiding in Nederland
Trends
De grafiek toont de populatietrend van de soort op basis van tellingen binnen het NEM‑meetnet Nachtvlinders. Wanneer de grafiek leeg is, betekent dit dat de soort in de afgelopen drie jaar op te weinig meetpunten is waargenomen om een betrouwbare trend te kunnen berekenen. Komt de soort bij jou in de buurt voor en wil je tijdens de vliegtijd eens per twee weken met een lichtval tellen en de gegevens invoeren op meetnet.vlinderstichting.nl? Stuur dan een e‑mail naar meetnet@vlinderstichting.nl om je aan te melden als teller.
Levenscyclus
Rups: juni-april. De soort overwintert als rups in een cocon in de grond en verpopt zich daarin in het voorjaar.
Herkenning
Kenmerken vlinder
Voorvleugellengte: 12-15 mm. De vrij smalle voorvleugel van deze uil heeft een lichte tot donkere bruinachtig grijze kleur en een ruw aandoend uiterlijk. Langs de voorrand zijn drie of vier zwarte vlekjes zichtbaar. De ringvlek is meestal klein en valt soms nauwelijks op. Van de smalle, vrij kromme niervlek is vooral de binnenste lob opvallend zwartachtig gekleurd; de rest van de niervlek is meer geelbruin van kleur. Kenmerkend zijn de witte puntjes langs de randen van de niervlek, die soms echter nauwelijks zichtbaar zijn. De vleugelzoom is opvallend donker gekleurd door de grijze zoom langs de buitenzijde van de lichte golflijn en de brede bruine, soms sterk getande afzetting aan de binnenzijde van de golflijn. De achtervleugel is wit of grijsachtig wit met een zwakke parelglans en een bruinachtig grijze franjelijn, waarvan de kleur zich ook langs de aders uitstrekt.
Gelijkende soorten vlinder
De gewone stofuil (Hoplodrina octogenaria), de egale stofuil (Hoplodrina blanda) en de zuidelijke stofuil (Hoplodrina ambigua) hebben geen zwarte vlekjes langs de voorrand van de voorvleugel en geen witte vlekjes naast de niervlek; bovendien is de vleugelzoom niet opvallend donker gekleurd. De zandstofuil (C. selini) heeft een egaler grijze voorvleugel met een donkere achterrand en een minder spitse vleugelpunt; de dwarsbanden zijn onopvallend. Zie ook de florida-uil (Spodoptera exigua), de moerasspirea-uil (Athetis pallustris), de vale stofuil (Athetis hospes), de grijze stofuil (H. respersa) en de kadeni-stofuil (C. kadenii).
Gelijkende soorten rups
Morpheusstofuil (Caradrina morpheus) en puta-uil (Agrotis puta).N.B.: vergelijk behalve de uiterlijke kenmerken ook de tijd van het jaar waarin de rupsen voorkomen, het habitat en de waardplant(en).
Foto's
Rups
Vlinder
Verspreiding
Zeldzaamheid
Vrij algemeen. Komt verspreid over het land voor; in de noordoostelijke provincies slechts af en toe een waarneming. RL: kwetsbaar.
België
Vrij algemeen in het hele land. De soort staat op de Rode Lijst van Vlaanderen als Momenteel niet in Gevaar (Veraghtert et al. 2023).
Mondiaal
Verbreid in heel Europa, in Scandinavië en Rusland soms tot boven de poolcirkel. Het dier dat werd gerapporteerd van IJsland in 1890 is bijna zeker geïmporteerd geweest (Wolf, 1971). In Noord-Afrika tot de zuidrand van de Sahara (van Mauretanië tot Sudan). Naar het oosten het Arabisch schiereiland, Iran, Pakistan, Afganistan en Mongolië.