Vliegtijd & gedrag
Half februari-half mei in één generatie. De vlinders komen op licht en gaan daarbij vaak op boomstammen of paaltjes in de buurt van de lichtbron zitten; ze kruipen vaak weg onder het laken als daarmee gevangen wordt. De vlinders bezoeken wilgenkatjes en komen ook op smeer.
Verspreiding in Nederland
Trends
De grafiek toont de populatietrend van de soort op basis van tellingen binnen het NEM‑meetnet Nachtvlinders. Wanneer de grafiek leeg is, betekent dit dat de soort in de afgelopen drie jaar op te weinig meetpunten is waargenomen om een betrouwbare trend te kunnen berekenen. Komt de soort bij jou in de buurt voor en wil je tijdens de vliegtijd eens per twee weken met een lichtval tellen en de gegevens invoeren op meetnet.vlinderstichting.nl? Stuur dan een e‑mail naar meetnet@vlinderstichting.nl om je aan te melden als teller.
Levenscyclus
Rups: april-juli. De rups foerageert ´s nachts en rust overdag meestal op een boomstam. De soort overwintert als pop in een stevige cocon in de grond. De eieren worden afzonderlijk afgezet op een stengel van de waardplant.
Herkenning
Kenmerken vlinder
Voorvleugellengte: 15-18 mm. De zwartachtig grijze voorvleugel heeft een uitgebreide asgrijze marmering en een ruw korrelig uiterlijk. Karakteristiek is de tekening in het middenveld die bestaat uit een lichte ringvlek en een gedeeltelijk daarmee versmolten ’tweede ringvlek’; deze laatste is vaak weer verbonden met de lichte niervlek. Sommige exemplaren zijn tamelijk donker van kleur. Andere hebben een rozeachtige gloed, vooral in de franje, maar soms ook op de rest van de voorvleugel.
Kenmerken rups
Tot 40 mm; slank, versmald naar beide uiteinden; lichaam okerkleurig tot lichtgrijs met over de rug een lichtbruine tot witachtige middenstreep, die op segment zeven door een vierkante, zwartachtige vlek wordt onderbroken; witte vlekjes met zwarte rand; onder de spiracula een lichte lengteband; kop lichtgrijs of bruin.
Foto's
Ei-afzet
Rups
Vlinder
Verspreiding
Zeldzaamheid
Algemeen. Komt vooral voor op de zandgronden in het binnenland; wordt ook daarbuiten af en toe waargenomen, vooral in Zeeland. RL: niet bedreigd.
België
Vrij algemeen in het hele land, maar doorgaans waargenomen in lage aantallen. De soort staat op de Rode Lijst van Vlaanderen als Momenteel niet in Gevaar (Veraghtert et al. 2023).
Mondiaal
Van het Iberisch schiereiland naar het noorden tot Noord-Ierland, Midden-Engeland, Denemarken, Zuid-Noorwegen, Zuid- en West-Zweden. Naar het oosten tot Mecklenburg-Voorpommeren, Thüringen, Noord-Beieren, Oostenrijk (Karintië) en de Oekraïne. De populaties uit Noord-Amerika die vroeger bij areola ingedeeld waren, behoren nu tot een zelfstandige soort X. mustapha (Oberthür, 1910).