Vliegtijd & gedrag
Mei-juni in één generatie, soms een partiële tweede generatie in juli-augustus. De vlinders komen op licht.
Verspreiding in Nederland
Trends
De grafiek toont de populatietrend van de soort op basis van tellingen binnen het NEM‑meetnet Nachtvlinders. Wanneer de grafiek leeg is, betekent dit dat de soort in de afgelopen drie jaar op te weinig meetpunten is waargenomen om een betrouwbare trend te kunnen berekenen. Komt de soort bij jou in de buurt voor en wil je tijdens de vliegtijd eens per twee weken met een lichtval tellen en de gegevens invoeren op meetnet.vlinderstichting.nl? Stuur dan een e‑mail naar meetnet@vlinderstichting.nl om je aan te melden als teller.
Levenscyclus
Rups: juli-oktober. De rups leeft vermoedelijk hoog in de boomkruinen, omdat hij zelden op de lagere takken wordt aangetroffen. De soort overwintert als pop in een dunne maar stevige cocon in een opgerold blad, dat later op de grond valt.
Herkenning
Kenmerken vlinder
Voorvleugellengte: 17-20 mm. Een goed herkenbaar eenstaartje doordat de voorvleugelpunt sterker haakvormig is dan bij de verwante soorten en zich halverwege de achterrand een uitstulping bevindt. Opvallend en kenmerkend is de lila met zwarte tekening langs de achterrand van de voorvleugel. Kenmerkend zijn ook de grote in het middenveld gelegen bruinige vlekken met daarin goudkleurige kleinere vlekjes. Vlinders van de tweede generatie zijn aanmerkelijk kleiner.
Kenmerken rups
Tot 25 mm; vrij slank, naar de spitse staart versmald; lichaam geel op de rug en delen van de flanken, met uitzondering van de eerste drie segmenten, die een purperachtig bruine zweem hebben; de rest van het lichaam roodachtig bruin of purperachtig bruin; op de rug van segment drie twee puntige wratten; kop roze-achtig met donkerbruine vlekjes, ingesneden.
Gelijkende soorten vlinder
De berkeneenstaart (D. falcataria) en de bruine eenstaart (D. curvatula) missen de uitstulping halverwege de achterrand en de uitgebreide vlekkentekening in het middenveld.
Foto's
Vlinder
Verspreiding
Zeldzaamheid
Zeer zeldzaam. Is in de negentiende, en eenmaal in de twintigste eeuw waargenomen (Gulpen, 1976); sinds 2003 opnieuw enkele waarnemingen in Zuid-Limburg. RL: gevoelig.
België
Zeer zeldzaam. Beperkt tot de Gaume en ook daar zeer lokaal.
Mondiaal
Van Noord-Spanje via West- en Midden-Europa, inclusief Zuid-Engeland, Denemarken, Zuid-Noorwegen en Zuid-Zweden, de Baltische staten en Rusland tot Oost-Azië en Japan. In Zuid-Europa hier en daar ontbrekend.De dichtstbijzijnde populaties liggen in de Ardennen en Noord-Frankrijk.