Vliegtijd & gedrag
Half augustus-half oktober in één generatie. De vlinders komen zowel op licht als op smeer en bezoeken overrijpe bramen en bloemen van klimop. In het donker worden ze soms rustend aangetroffen op grassen of paaltjes.
Verspreiding in Nederland
Trends
De grafiek toont de populatietrend van de soort op basis van tellingen binnen het NEM‑meetnet Nachtvlinders. Wanneer de grafiek leeg is, betekent dit dat de soort in de afgelopen drie jaar op te weinig meetpunten is waargenomen om een betrouwbare trend te kunnen berekenen. Komt de soort bij jou in de buurt voor en wil je tijdens de vliegtijd eens per twee weken met een lichtval tellen en de gegevens invoeren op meetnet.vlinderstichting.nl? Stuur dan een e‑mail naar meetnet@vlinderstichting.nl om je aan te melden als teller.
Levenscyclus
Rups: oktober-mei. De rups foerageert ´s nachts en verbergt zich overdag laag bij de grond. De soort overwintert als jonge rups.
Herkenning
Kenmerken vlinder
Voorvleugellengte: 14-17 mm. De voorvleugel met een kaarsrechte voorrand loopt smal toe maar heeft een stompe vleugelpunt. De grondkleur is variabel en loopt uiteen van zeer licht tot zeer donker bruinachtig grijs, soms met een gele, rode of zwartachtige tint. Zowel de dwarslijnen als de aders zijn licht van kleur en duidelijk zichtbaar. De golflijn bestaat uit een rij duidelijke zwarte stippen en eindigt dicht bij de voorrand via een knik in twee korte zwarte pijlvlekken. Kenmerkend voor deze uil is de donkere halvemaanvormige middenvlek op de witachtige, gevlekte achtervleugel.
Gelijkende soorten vlinder
De variabele herfstuil (A. lychnidis) heeft een effen gelijkmatig grijze achtervleugel en de voorvleugel heeft een spitsere vleugelpunt; de niervlek is over het algemeen smaller en meer gebogen of zelfs geknikt. Tegen de voorrand vertoont de variabele herfstuil vage donkere vlekjes die bij de maansikkeluil ontbreken. Zie in dit bestand van Wim Veraghtert van Natuurpunt.be de verschillen tussen variabele maansikkeluil en variabele herfstuil. Donkere vormen van de maansikkeluil met opvallend bleke aders worden soms verward met de splinterstreep (Naenia typica) of de gelijnde grasuil (Tholera decimalis), die beide groter zijn en een andere vleugeltekening hebben.
Foto's
Rups
Vlinder
Museum
Verspreiding
Zeldzaamheid
Zeer algemeen. Komt vooral voor in de kuststreek en in het zuiden en het midden van het land; er zijn weinig waarnemingen bekend uit de vier noordoostelijke provincies, maar lijkt zich ook daar uit te breiden. RL: niet bedreigd.
België
Vrij algemeen in het hele land. De soort staat op de Rode Lijst van Vlaanderen als Momenteel niet in Gevaar (Veraghtert et al. 2023).
Mondiaal
In de 19e eeuw kwam de soort voor in Noordwest-Afrika, Spanje, Portugal, Zuid-, West- en Midden-Frankrijk, België en Groot-Britannië. In 1867 de eerste waarneming in Nederland en tot 1930 uitbreiding over het hele land. In 1935 over de grens naar Duitsland, daarna uitbreiding in het Rijndal en zijn bijrivieren naar het zuiden. Op deze manier via de Moezel Frankrijk in naar dept. Moselle (Metz, Woippy) (Perrette, 1984). Deze vlinders hebben nog geen contact gemaakt met de populaties van West- en Zuid-Frankrijk. Een opgave uit Zuid-Beieren (Lobenstein, 1981) berust op een vergissing.