Vliegtijd & gedrag
Half oktober-half december in één generatie; een enkele keer wordt in februari of maart een vlinder waargenomen uit een overwinterde pop.
Verspreiding in Nederland
Trends
De grafiek toont de populatietrend van de soort op basis van tellingen binnen het NEM‑meetnet Nachtvlinders. Wanneer de grafiek leeg is, betekent dit dat de soort in de afgelopen drie jaar op te weinig meetpunten is waargenomen om een betrouwbare trend te kunnen berekenen. Komt de soort bij jou in de buurt voor en wil je tijdens de vliegtijd eens per twee weken met een lichtval tellen en de gegevens invoeren op meetnet.vlinderstichting.nl? Stuur dan een e‑mail naar meetnet@vlinderstichting.nl om je aan te melden als teller.
Levenscyclus
Rups: april-juni. De soort overwintert als ei; een enkele keer als pop.
Herkenning
Kenmerken vlinder
Voorvleugellengte: 13-16 mm. Lijkt veel op de voorjaarsboomspanner (A. aescularia), maar is grijsgeel van kleur. Er is weinig tekening op de voorvleugel en de dwarsband is slechts flauw getand. Het vrouwtje is vleugelloos.
Gelijkende soorten vlinder
Zie de voorjaarsboomspanner (A. aescularia).
Foto's
Rups
Vlinder
Verspreiding
Zeldzaamheid
Zeer zeldzaam. Wordt tegenwoordig alleen nog maar af en toe in Midden- en Oost-Nederland waargenomen. RL: ernstig bedreigd.
België
Zeer zeldzaam; slechts weinig vindplaatsen maar wellicht over het hoofd gezien. Recent enkel waargenomen in Namen, vroeger ook bekend uit Luik en Luxemburg.
Mondiaal
Van Noord-Spanje via Midden-Europa tot de Baltische staten. Niet in Scandinavië. In het oosten tot Oekraïne, in het zuiden Noord-Italië, Bulgarije en Albanië tot de Kaukasus.