Vliegtijd & gedrag
Mei-begin oktober in twee generaties. De vlinders komen op licht en bezoeken bloemen.
Verspreiding in Nederland
Trends
De grafiek toont de populatietrend van de soort op basis van tellingen binnen het NEM‑meetnet Nachtvlinders. Wanneer de grafiek leeg is, betekent dit dat de soort in de afgelopen drie jaar op te weinig meetpunten is waargenomen om een betrouwbare trend te kunnen berekenen. Komt de soort bij jou in de buurt voor en wil je tijdens de vliegtijd eens per twee weken met een lichtval tellen en de gegevens invoeren op meetnet.vlinderstichting.nl? Stuur dan een e‑mail naar meetnet@vlinderstichting.nl om je aan te melden als teller.
Levenscyclus
Rups: juni-mei in twee generaties. De soort overwintert als rups.
Herkenning
Kenmerken vlinder
Voorvleugellengte: 15-17 mm. Net als de verwante soorten houdt deze uil in rust de vleugels dakvormig omhoog. Op de bovenkant van het borststuk bevindt zich een opvallende kuif en verder naar achteren is een kleiner kuifje zichtbaar. Deze uil heeft een enigszins ruw aandoende, bruinachtig grijze of grijsachtig bruine voorvleugel met een paarsachtige tint. Midden op de voorvleugel bevindt zich een meestal in tweeën gedeelde zilverkleurige vlek, waarvan het gedeelte dat het dichtst bij de voorrand ligt witgerand is en de vorm heeft van een ingesnoerde n of soms een onvolledige 8. Deze witte omranding lijkt zich min of meer schuin in de richting van de voorrand voort te zetten. In de binnenrandhoek is een vaak onopvallende, lichte of witachtige vlek zichtbaar.
Gelijkende soorten vlinder
Zie de gamma-uil (Autographa gamma) en de schijn-gamma-uil (Syngrapha interrogationis).
Foto's
Vlinder
Verspreiding
Zeldzaamheid
Zeer zeldzaam. Een trekvlinder waarvan slechts enkele waarnemingen bekend zijn.
België
Zeer zeldzaam. Een trekvlinder die na 1980 niet meer gezien is. De soort is als trekvlinder geclasssicifeerd en daarmee niet opgenomen op de Rode Lijst van Vlaanderen (Veraghtert et al 2023).
Mondiaal
Een echte kosmopoliet. Tropen en subtropen over de hele aarde (Azië, Afrika, Australië, Amerika) en in de gematigde zones als trekvlinder. In Europa standvlinder in het zuidelijke Middellandse zeegebied. Nog frequent gesignaleerd in de Pyreneeën, de Alpen en de Karpaten. Meer naar het noorden kan ni de winters niet doorstaan. In veel jaren in Midden- en Noord-Europa (Midden-Engeland, Denemarken en Zuid-Finland) alleen door trekbewegingen.