Vliegtijd & gedrag
Eind mei-eind juni in één generatie. De vlinders vliegen alleen bij zonnig weer. Vanaf ‘s ochtends actief met een piek in activiteit tussen 17.00 en 20.00 uur in de nabijheid van (zeer) oude eiken die bij voorkeur volop in de avondzon staan. Uit de buitenlandse literatuur is bekend dat ze bloemen bezoeken. De mannetjes komen op feromoonpreparaten van zowel de eigen soort als die van populierenglasvlinder af, met name in de vroege avonduren.
Verspreiding in Nederland
Trends
De grafiek toont de populatietrend van de soort op basis van tellingen binnen het NEM‑meetnet Nachtvlinders. Wanneer de grafiek leeg is, betekent dit dat de soort in de afgelopen drie jaar op te weinig meetpunten is waargenomen om een betrouwbare trend te kunnen berekenen. Komt de soort bij jou in de buurt voor en wil je tijdens de vliegtijd eens per twee weken met een lichtval tellen en de gegevens invoeren op meetnet.vlinderstichting.nl? Stuur dan een e‑mail naar meetnet@vlinderstichting.nl om je aan te melden als teller.
Levenscyclus
Rups: tweejarige cyclus van augustus-april. De rups overwintert tweemaal. Anders dan de Geelbuikwespvlinder die alleen in oneven jaren vliegt, vliegt de Oranjetip-eikenwespvlinder elk jaar.
Herkenning
Kenmerken vlinder
Voorvleugellengte: 6-11 mm. Een kleine wespvlinder met meestal een slecht zichtbare gele kraag en twee dunne gele lijnen over het borststuk. Op het midden van de bovenzijde van het borststuk op de overgang naar het achterlijf bevindt zich een kleine, vierkante (bleek)gele vlek. Dit is het duidelijkste verschil met de bessenglasvlinder en Spulers wespvlinder. Dit vlekje is echter alleen goed te zien bij verse vlinders. Op de bovenzijde van de voorvleugels is verder het fel oranje apicale veld met zwarte adering kenmerkend. Het achterlijf is metalig glanzend zwart en met drie gele ringen op de segmenten twee, vier en zes; bij het mannetje ook op segment 7. De oranjetip-eikenwespvlinder is echter één van de meer variabele wespvlindersoorten met soms afwijkende aantallen ringen of ringkleuren.
Kenmerken rups
Tot 16 mm lang; lichaam geelachtig wit met een bruine kop
Gelijkende soorten vlinder
De oranjetip-eikenwespvlinder is moeilijk uiterlijk te onderscheiden van de bessenglasvlinder (S.tipuliformis) en van de Spulers wespvlinder (S. spuleri) zeker als het afgevlogen exemplaren betreft. De vleugeltop van spuleri is zwart met af en toe een zweem van oranje terwijl de vleugeltop van de bessenglasvlinder net als bij de oranjetip-eikenwespvlinder oranje is met enkel de aders zwart. Maar er is hierbij(bijna) overlappende variatie. Hét onderscheid tussen conopiformis en tipuliformis is de kleine (bleek)gele vlek op het borststuk. De eikenwespvlinder (S. vespiformis) heeft een smal roodachtig dwarsbandje op de voorvleugel, een meer bruin dan roodachtig veld in het voorvleugeluiteinde en gele poten. Zie ook de elzenwespvlinder (S. spheciformis) en de klaverwespvlinder (Bembecia ichneumoniformis).
Foto's
Vlinder
Verspreiding
Zeldzaamheid
Zeer zeldzaam (waarschijnlijk meer voorkomend). In 2020 voor het eerst waargenomen in Zuid-Limburg. In 2021 en 2022 daarnaast ook waargenomen op een tiental locaties op en rond de stuwwal van Nijmegen.
Mobiliteit
Zeer zeldzaam. In 2020 voor het eerst waargenomen in Zuid-Limburg met het soort specifieke feromoon. In 2021 en 2022 op een tiental locaties op en nabij de stuwwal bij Nijmegen waargenomen. Ook incidenteel op het feromoon voor de Populierenglasvlinder Paranthrene tabaniformis.
België
Zeer zeldzaam. Van 1980 tot 2004 vermeld uit de provincie Luxemburg, maar vanaf 2005 ook waargenomen in de provincie Luik ca. 20 km zuidelijk van de grens met Nederland.
Europa
België, Luxemburg, Frankrijk (zonder Corsica), Spanje, Portugal, Duitsland, Zwitserland, Italië (incl. Sardinië en Sicilië), Oostenrijk, Hongarije, Europees Rusland, Belarus, Litouwen, Polen, Tsjechië, Slowakije, Slovenië, Kroatië, Noord-Macedonië, Servië, Roemenië, Bulgarije, Ionische eilanden.