Vliegtijd & gedrag
Eind april-eind september in twee generaties; de tweede generatie is kleiner dan de eerste. De vlinders komen zowel op licht als op smeer en bezoeken bloemen van onder andere spoorbloem, slangenkruid en valse salie. Overdag zijn ze rustend aan te treffen op boomstammen of paaltjes.
Verspreiding in Nederland
Trends
De grafiek toont de populatietrend van de soort op basis van tellingen binnen het NEM‑meetnet Nachtvlinders. Wanneer de grafiek leeg is, betekent dit dat de soort in de afgelopen drie jaar op te weinig meetpunten is waargenomen om een betrouwbare trend te kunnen berekenen. Komt de soort bij jou in de buurt voor en wil je tijdens de vliegtijd eens per twee weken met een lichtval tellen en de gegevens invoeren op meetnet.vlinderstichting.nl? Stuur dan een e‑mail naar meetnet@vlinderstichting.nl om je aan te melden als teller.
Levenscyclus
Rups: juli-oktober. De rups foerageert ´s nachts en eet het liefst van de onderste bladeren en de wortels. De soort overwintert als pop in een losse cocon op de grond onder dor blad of mos.
Herkenning
Kenmerken vlinder
Voorvleugellengte: 14-17 mm. Deze uil is herkenbaar aan de opvallende dubbel getande, witachtige vlek in het middenveld van de voorvleugel, die scherp afsteekt tegen het zwartachtige deel daarvan. Samen met de ringvlek en de aangrenzende witte ader lijkt de vlek enigszins op een open schaar waarvan de punten naar de binnenrandhoek wijzen; de ‘schaar’ is variabel in grootte en is soms beperkt tot de witte ader, maar het algemene patroon is vrij constant. De kleur van de voorvleugel varieert van wit- of bruinachtig grijs tot zandkleurig.
Gelijkende soorten vlinder
Zie het eikenuiltje (Dryobotodes eremita).
Foto's
Vlinder
Verspreiding
Zeldzaamheid
Algemeen. Komt verspreid voor in de duinen en op de zandgronden in het binnenland; ook in Zeeland wordt de soort geregeld waargenomen. RL: kwetsbaar.
België
In Vlaanderen zeldzaam, maar wijdverbreid in de Kempen en Oost-Brabant. Lokaal vrij algemeen. In de westelijke helft zeer lokaal en zeer zeldzaam. In Wallonië wijdverbreid ten zuiden van Samber en Maas. De soort staat op de Rode Lijst van Vlaanderen als Bijna in Gevaar (Veraghtert et al. 2023).
Mondiaal
Heel Europa, naar het noorden tot de 70e breedtegraad, naar het zuiden: van het Middellandse Zeegebied tot Voor-Azië en naar het oosten tot Midden-Azië. Blijkbaar ontbrekend in Oost-Siberië maar wel in Mongolië (Varga, 1974).