Vliegtijd & gedrag
Half april-eind september in twee generaties. De vlinders komen op licht en op smeer.
Verspreiding in Nederland
Trends
De grafiek toont de populatietrend van de soort op basis van tellingen binnen het NEM‑meetnet Nachtvlinders. Wanneer de grafiek leeg is, betekent dit dat de soort in de afgelopen drie jaar op te weinig meetpunten is waargenomen om een betrouwbare trend te kunnen berekenen. Komt de soort bij jou in de buurt voor en wil je tijdens de vliegtijd eens per twee weken met een lichtval tellen en de gegevens invoeren op meetnet.vlinderstichting.nl? Stuur dan een e‑mail naar meetnet@vlinderstichting.nl om je aan te melden als teller.
Levenscyclus
Rups: juni-oktober. De rups foerageert overdag onbeschut op de waardplant. De soort overwintert als pop in een stevige cocon, meestal onder mos op een boomstam.
Herkenning
Kenmerken vlinder
Voorvleugellengte: 17-19 mm. De voorvleugel van deze uil heeft een zwartachtige grondkleur met een subtiel patroon van purperachtig bruine en olijfgroene vlekken en dwarslijnen en een fijne witte marmering. Opvallend is de grote witachtige vlek in de vorm van een kroontje aan de buitenzijde van de niervlek. Bij sommige exemplaren is de hoeveelheid wit sterk gereduceerd, of zelfs helemaal afwezig, en is de vlek groen- of bruinachtig; de vorm van het kroontje blijft meestal wel zichtbaar. Op de bovenkant van het borststuk bevindt zich een lichte tekening. Deze tekening heeft vaak de vorm van een schedel; dit is echter niet altijd even duidelijk te zien.
Gelijkende soorten vlinder
De zuringuil (Acronicta rumicis) heeft een langere en spitser toelopende voorvleugel met een opvallend wit vlekje langs de binnenrand en een witachtige golflijn.
Foto's
Rups
Pop
Vlinder
Verspreiding
Zeldzaamheid
Zeer algemeen. Komt verspreid over het hele land voor. RL: niet bedreigd.
België
Vrij algemeen in het hele land. Toegenomen. De soort staat op de Rode Lijst van Vlaanderen als Momenteel niet in Gevaar (Veraghtert et al. 2023).
Mondiaal
Nagenoeg in heel Europa. Naar het zuiden tot Noord-Spanje, Noord-Portugal, Zuid-Italië, Sicilië, Griekenland en het Pontisch gebergte. Naar het noorden tot Noord-Schotland, Midden-Scandinavië, St-Petersburg tot Midden-Oeral. Via Noord-Azië kan Midden-China, Korea en Japan worden bereikt maar door verwisselingsgevaar met andere Craniophora-soorten, is dit nog onvoldoende bekend.