Vliegtijd & gedrag
Half april-half juni in één generatie. De vlinders komen slecht op licht en worden ook verder nauwelijks gezien.
Verspreiding in Nederland
Trends
De grafiek toont de populatietrend van de soort op basis van tellingen binnen het NEM‑meetnet Nachtvlinders. Wanneer de grafiek leeg is, betekent dit dat de soort in de afgelopen drie jaar op te weinig meetpunten is waargenomen om een betrouwbare trend te kunnen berekenen. Komt de soort bij jou in de buurt voor en wil je tijdens de vliegtijd eens per twee weken met een lichtval tellen en de gegevens invoeren op meetnet.vlinderstichting.nl? Stuur dan een e‑mail naar meetnet@vlinderstichting.nl om je aan te melden als teller.
Levenscyclus
Rups: juni-augustus. De rups leeft in het vruchtbeginsel en in de zaaddozen van de waardplant. De soort overwintert als pop in de strooisellaag, soms twee winters.
Herkenning
Kenmerken vlinder
Voorvleugellengte: 10-14 mm. Een fraai getekende soort die niet met geen enkele andere dwergspanner te verwarren is. De grondkleur van de voorvleugel varieert van witachtig bruin tot grijsachtig bruin. Op de vleugel bevindt zich een karakteristiek patroon van zwarte dwarslijnen en aders en twee smalle, donker afgezette witachtige dwarsbanden; de intensiteit van dit patroon kan enigszins variëren.
Kenmerken rups
22-24 mm. Lijf okerkleurig met een donkerder grijsachtige ruglijn en soms met een zichtbare bruine subdorsale lijn; de kop is donkerbruin.
Gelijkende soorten rups
De rupsen van de Eupithecia-soorten lijken veel op elkaar. Bij determinatie kan de waardplant een handig hulpmiddel zijn.
Foto's
Rups
Vlinder
Verspreiding
Zeldzaamheid
Zeer zeldzaam. Een soort die af en toe in het zuiden van het land wordt waargenomen. RL: bedreigd.
België
Zeer zeldzaam. Recent één waarneming in Vlaanderen (Gent, 2012). In Wallonië enkele recente waarnemingen in Namen en Luxemburg (kalkstreek en de Gaume). Er is onvoldoende data om de soort te beoordelen voor de Rode Lijst van Vlaanderen (Veraghtert et al. 2023).
Mondiaal
Van het Iberisch Schiereiland via West- en Midden-Europa inclusief de Britse eilanden oostwaarts tot de Oeral; in het noorden tot Midden-Scandinavië en in het zuiden tot in het hele Middellandse Zeegebied en Klein-Azië.