Vliegtijd & gedrag
Eind april-eind augustus in één generatie; in gunstige jaren soms een partiële tweede generatie, die dan tot eind september vliegt. De vlinders zijn ´s nachts actief en komen op licht en op smeer.
Verspreiding in Nederland
Trends
De grafiek toont de populatietrend van de soort op basis van tellingen binnen het NEM‑meetnet Nachtvlinders. Wanneer de grafiek leeg is, betekent dit dat de soort in de afgelopen drie jaar op te weinig meetpunten is waargenomen om een betrouwbare trend te kunnen berekenen. Komt de soort bij jou in de buurt voor en wil je tijdens de vliegtijd eens per twee weken met een lichtval tellen en de gegevens invoeren op meetnet.vlinderstichting.nl? Stuur dan een e‑mail naar meetnet@vlinderstichting.nl om je aan te melden als teller.
Levenscyclus
Rups: juni-september. Rust overdag tussen samengesponnen bladeren en foerageert ´s nachts. De rups verpopt zich in een cocon tussen de bladeren van de waardplant en valt daarmee in de herfst op de grond. De soort overwintert als pop.
Herkenning
Kenmerken vlinder
Voorvleugellengte: 14-18 mm. Goede kenmerken zijn de twee kleine donkere middenvlekjes op de voorvleugel (soms is slechts één vlekje zichtbaar) en het schuine zwarte streepje in de vleugelpunt. Er is aanzienlijke variatie in intensiteit van de dwarslijnen en -banden.
Kenmerken rups
Tot 22 mm; lichaam groenachtig of grijsachtig wit met een brede donkergroene of grijsachtig groene middenband over de rug; nekschild op segment een glimmend zwart; onder de spiracula een rij donkergroene of zwartachtige vlekjes; kop geelachtig bruin.
Gelijkende soorten vlinder
De berken-orvlinder (Tetheella fluctuosa) is gewoonlijk groter en het schuine zwarte streepje ontspringt niet vanuit de vleugelpunt, maar vanaf de plek waar de golflijn de voorrand bereikt.
Foto's
Rups
Vlinder
Verspreiding
Zeldzaamheid
Algemeen. Komt verspreid over het hele land voor. RL: kwetsbaar.
België
Vrij algemeen in het hele land. De soort staat als Kwetsbaar op de Rode Lijst van Vlaanderen (Veraghtert et al. 2023).
Mondiaal
Europa tot in het noorden van Scandinavië. Ontbreekt in het zuiden van het Iberisch schiereiland, in Italië en op de Zuid-Balkan. Naar het oosten via het gematigde Azië tot Korea en Japan.