Variabele eikenuil

Nycteola revayana

Vliegtijd & gedrag

Deze soort vliegt in twee generaties vanaf juni, via de overwintering tot mei. De vlinders komen zowel op licht als op smeer en bezoeken wilgenkatjes en bloemen van klimop. De soort is in het najaar vrij gemakkelijk uit lage takken van eiken te kloppen.

Variabele eikenuil

Verspreiding in Nederland

Variabele eikenuil

Trends

De grafiek toont de populatietrend van de soort op basis van tellingen binnen het NEM‑meetnet Nachtvlinders. Wanneer de grafiek leeg is, betekent dit dat de soort in de afgelopen drie jaar op te weinig meetpunten is waargenomen om een betrouwbare trend te kunnen berekenen. Komt de soort bij jou in de buurt voor en wil je tijdens de vliegtijd eens per twee weken met een lichtval tellen en de gegevens invoeren op meetnet.vlinderstichting.nl? Stuur dan een e‑mail naar meetnet@vlinderstichting.nl om je aan te melden als teller.

Levenscyclus

Rups: mei-september. De rups leeft in een spinsel aan het uiteinde van de takken en heeft een duidelijke voorkeur voor eiken met een warme standplaats. De verpopping vindt plaats in een stevige cocon in de vorm van een bootje, vastgemaakt aan de onderzijde of bovenzijde van een blad van de waardplant of op een tak. De soort overwintert als vlinder in de strooisellaag onder de waardplant of in naaldbomen.

Herkenning

Kenmerken vlinder

Voorvleugellengte: 11-13 mm. Dit visstaartje is qua vleugeltekening zeer variabel, maar goed te herkennen aan de karakteristieke vleugelvorm. De voorvleugel verbreedt zich vanuit de smalle basis meteen sterk via een opvallende schouder, waarna de rechte of enigszins holle voorrand grofweg evenwijdig loopt aan de binnenrand. De voorvleugel heeft vaak een enigszins gemarmerd patroon van leigrijze, bruine, zwartachtige, en soms ook witachtige kleuren. Bij vrijwel alle kleurvormen zijn (soms duidelijk, soms vaag) donkere golvende dubbele centrale dwarslijnen aanwezig, waardoor een wortelveld, een middenveld en een zoomveld zijn te onderscheiden. Het kleurverschil tussen deze velden is doorgaans gering. In het middenveld is meestal een, soms rood- of rozeachtig getinte, bruine kleur aanwezig. In de direct aangrenzende zones domineert het grijs, terwijl in de vleugelzoom en de vleugelwortel soms weer het bruin overheerst. In het wortelveld liggen soms twee forse zwartachtige stippen en in het zoomveld een meer onregelmatige rij kleinere stippen of vlekjes, waar omheen soms een smalle grillige witachtige band ligt. In het middenveld is de niervlek zichtbaar als een donkere stip, die echter niet altijd even duidelijk is. Bij sommige exemplaren lijkt het patroon van dwarslijnen afwezig en is de voorvleugel nagenoeg effen, meestal donkergrijs van kleur. Andere vlinders hebben een zwarte wortelstreep op de voorvleugel. Het komt ook voor dat het patroon van dwarslijnen vervangen is door een overlangs patroon van zwart- en oranjeachtig bruin met grijze vegen en stroken. De vrij lange, vooruitstekende palpen vallen op.

Kenmerken rups

Tot 20 mm; lichaam helder groen met smalle, groenachtig gele insnijdingen tussen de segmenten en een spaarzame, fijne, witte beharing; spiracula geelachtig met zwarte rand; kop licht geelachtig groen.

Gelijkende soorten vlinder

De fraaie wilgenuil (N. degenerana) is groter, heeft een bredere voorvleugel, een witte kop en witte palpen; bovendien is de voorvleugel bonter getekend met meer wit. Zie ook de kleine wilgenuil (N. asiatica). Het diamantborsteltje (Acleris cristana) en de kameleonbladroller (A. hastiana), twee microvlinders die behoren tot de familie van de bladrollers (Tortricidae), zijn kleiner en slanker; de kameleonbladroller heeft bovendien kortere palpen en het diamantborsteltje heeft een opvallend bosje omhoog staande schubben midden op de voorvleugel.

Gelijkende soorten rups

De rups van de variabele eikenuil zou verward kunnen worden met rupsen van micronachtvlinders.

Foto's

Verspreiding

Zeldzaamheid

Vrij algemeen. Komt verspreid over het land voor, vooral op de zandgronden en in de duinen. RL: niet bedreigd.

België

Vrij algemeen in het hele land. De soort staat op de Rode Lijst van Vlaanderen als Momenteel niet in Gevaar (Veraghtert et al. 2023).

Mondiaal

Noord-Afrika en nagenoeg heel Zuid- en Midden-Europa. Naar het oosten tot Midden-Schotland en Zuid-Scandinavië. Naar het zuidoosten van Turkije, Cyprus, Libanon en Israël tot Iran en Afganistan.

Habitat

Loofbossen, duinen en parken.

Duinen

Loofbossen

Parken

Waardplanten

Eik.

Eik

Benaming

  • Engelse naam Oak Nycteoline
  • Duitse naam Eichen-Wicklereulchen
  • Franse naam la Sarrothripe de Revay
  • Synoniemen Sarrothripus revayana
    Penthina revayana

Meer over de naam

Toelichting Nederlandse naam
Eik is de enige waardplant van deze zeer variabele soort. De nachtvlindergids toont vijf varianten en in de Skinner staan er zelfs zes. Meer over Nederlandse namen

Toelichting wetenschappelijke naam
Nycteola: nux, nuxtos is nacht en eos is dageraad. De soort vliegt in de vroege achtend. Het is ook mogelijk dat de uitgang -eola gezien moet worden als een niet alledaagse verkleiningsvorm.revayana: revayana is een eerbetoon aan M. Refay (18e eeuw), een Franse entomoloog.

Auteursnaam en jaartal
(Scopoli, 1772)

Geef je waarneming door!

Heb je een bijzondere vlinder of libel gespot? Meld het ons! Jouw waarnemingen zijn waardevol voor het behoud van deze insecten. Samen kunnen we hun populaties in kaart brengen en beschermen. Help mee aan het behoud van deze prachtige dieren en draag bij aan de wetenschap van de biodiversiteit.

Waarneming melden