Vliegtijd & gedrag
Begin februari-half april in één generatie. De mannetjes vliegen na het donker worden en komen goed op licht. De vrouwtjes kunnen ´s nachts lopend op de stam worden waargenomen en vroeg in de morgen rustend tegen de schors.
Verspreiding in Nederland
Trends
De grafiek toont de populatietrend van de soort op basis van tellingen binnen het NEM‑meetnet Nachtvlinders. Wanneer de grafiek leeg is, betekent dit dat de soort in de afgelopen drie jaar op te weinig meetpunten is waargenomen om een betrouwbare trend te kunnen berekenen. Komt de soort bij jou in de buurt voor en wil je tijdens de vliegtijd eens per twee weken met een lichtval tellen en de gegevens invoeren op meetnet.vlinderstichting.nl? Stuur dan een e‑mail naar meetnet@vlinderstichting.nl om je aan te melden als teller.
Levenscyclus
Rups: eind april-juni. De rupsen hebben een onvolledig ontwikkeld paar poten aan het achtste lichaamssegment en zijn daardoor te onderscheiden van andere spannerrupsen. De rups verpopt zich in de grond onder de waardplant in een losse cocon. De soort overwintert als pop.
Herkenning
Kenmerken vlinder
Voorvleugellengte: 16-19 mm. Het mannetje van deze vroege voorjaarssoort is slank gebouwd. De langgerekte voorvleugels, die elkaar in rusthouding overlappen, zijn grijsbruin van kleur. De middenband op de voorvleugel wordt aan beide zijden begrensd door een donkere en een wittige getande dwarslijn. Is doorgaans weinig variabel. Het vleugelloze vrouwtje is goed te herkennen aan het tonvormige onbehaarde, effen gekleurde lichaam met een opvallend bruin haarbosje aan het uiteinde.
Kenmerken rups
Tot 26 mm; heldergroen met een donkergroene lengtestreep over de rug en geelachtig witte lengtestrepen op beide flanken. Verschilt van de gewone spanrupsen door het bezit van een paar rudimentaire buikpoten aan segment acht.
Gelijkende soorten vlinder
Lijkt op de najaarsboomspanner (A. aceraria), die echter in het najaar vliegt. Het mannetje van de kleine voorjaarsspanner (Agriopis leucophaearia) heeft donkere golvende dwarslijnen en meestal een duidelijk lichter gekleurde middenband; bovendien overlappen de vleugels elkaar niet. Het vrouwtje van deze soort heeft een patroon van onvolledige donkere banden op het achterlijf en soms een witachtige rugstreep. Het vrouwtje van de voorjaars-spanner (Apocheima hispidaria) is behaard en het vrouwtje van de perentak (Phigalia pilosaria) heeft een dubbele donkere rugstreep. Het vrouwtje van de grote wintervlinder (Erannis defoliaria) is geelachtig met een bont donker vlekkenpatroon. De vrouwtjes van andere soorten hebben allen duidelijk zichtbare vleugelstompjes. Zie ook de grijze heispanner (Pachycnemia hippocastanaria). Zie ook de grijze heispanner (Pachycnemia hippocastanaria)
Gelijkende soorten rups
Kleine wintervlinder (Operophtera brumata) en kleine voorjaarsspanner (Agriopis leucophaearia). De drie soorten kunnen massaal tegelijkertijd aanwezig zijn. De rupsen van de voorjaarsboomspanner zijn van de andere twee te onderscheiden door een onvolledig ontwikkeld paar poten aan het achtste lichaamssegment.Lijkt ook op de geringde spikkelspanner (Cleora cinctaria), berkenspikkelspanner (Aethalura punctulata), meidoornspanner (Theria primaria) en late meidoornspanner (Theria rupicapraria).N.B.: vergelijk behalve de uiterlijke kenmerken ook de tijd van het jaar waarin de rupsen voorkomen, het habitat en de waardplant(en).
Foto's
Rups
Vlinder
Verspreiding
Zeldzaamheid
Zeer algemeen. Komt verspreid over het hele land voor. RL: niet bedreigd.
België
Vrij algemeen in het hele land. De soort staat op de Rode Lijst van Vlaanderen als Momenteel niet in Gevaar (Veraghtert et al. 2023).
Mondiaal
Van het noorden van het Iberisch Schiereiland via West- en Midden-Europa, inclusief de Britse eilanden tot in Zuid-Scandinavië, naar het oosten via de Balkan en Wit-Rusland tot de bosgebieden rond Pensa. In het zuiden het westelijk Middellandse Zeegebied, de Balkan, het noordelijk deel van de Zwarte Zee tot Armenië en Toerkmenistan.