Vliegtijd & gedrag
Begin september-half november en na de overwintering half januari-half mei in één generatie; tijdens milde winternachten zijn de vlinders soms ook actief. De vlinders komen zowel op licht als op smeer; ze bezoeken diverse soorten bessen en bloemen van klimop.
Verspreiding in Nederland
Trends
De grafiek toont de populatietrend van de soort op basis van tellingen binnen het NEM‑meetnet Nachtvlinders. Wanneer de grafiek leeg is, betekent dit dat de soort in de afgelopen drie jaar op te weinig meetpunten is waargenomen om een betrouwbare trend te kunnen berekenen. Komt de soort bij jou in de buurt voor en wil je tijdens de vliegtijd eens per twee weken met een lichtval tellen en de gegevens invoeren op meetnet.vlinderstichting.nl? Stuur dan een e‑mail naar meetnet@vlinderstichting.nl om je aan te melden als teller.
Levenscyclus
Rups: april-juni. De rups foerageert ´s nachts op de bladeren van de waardplant en verbergt zich overdag tussen samengesponnen bladeren; oudere rupsen zijn kannibalistisch. De rups maakt een ondergrondse cocon en verpopt zich daarin enkele weken tot maanden later. De soort overwintert als vlinder.
Herkenning
Kenmerken vlinder
Voorvleugellengte: 17-20 mm. Deze uil is goed te herkennen aan de kleine niervlek op de voorvleugel met aan weerszijden daarvan een klein ‘satellietvlekje’. De kleur van de niervlek varieert van wit tot roomgeel, oranje of oranjebruin. Soms verschillen de vlekjes in kleur van de niervlek of onderling; er zijn ook vlinders waarbij de vlekjes op de op ene vleugel oranje zijn en op de andere vleugel wit. Hoewel de vlekjes soms moeilijk zijn te onderscheiden, zijn ze vrijwel nooit afwezig. De voorvleugel is vrij effen en heeft een warme kaneelbruine, oranjebruine of geelbruine kleur. Verse vlinders hebben soms een blauwachtige of purperachtige glans. Langs de geschulpte achterrand loopt een golvende of zigzaggende franjelijn.
Kenmerken rups
Tot 45 mm; lichaam fluweelachtig, bruinachtig zwart; onderzijde lichter grijsachtig bruin; over de rug drie fijne, grijze onduidelijke lengtestrepen; nekschild op segment één zwart met twee oranje lijntjes; over de spiracula een gebroken witte lengtestreep, die op de eerste vier segmenten en op het twaalfde segment verbreed is, waardoor grote witte vlekken worden gevormd; kop roodachtig bruin met zware, zwarte tekening.
Foto's
Ei-afzet
Rups
Vlinder
Museum
Verspreiding
Zeldzaamheid
Zeer algemeen. Komt verspreid over het hele land voor. RL: niet bedreigd.
België
Vrij algemeen in het hele land. Lokaal in hoge aantallen. De soort staat op de Rode Lijst van Vlaanderen als Momenteel niet in Gevaar (Veraghtert et al. 2023).
Mondiaal
Europa en Noord-Azië tot Japan. In het noorden tot Noord-Schotland, Orkney, Midden-Scandinavië en ook meerdere keren op IJsland. In het zuiden tot Noord-Spanje, Sardinië, Zuid-Italië, Macedonië, Bulgarije en Klein-Azië.