Vliegtijd & gedrag
Half augustus-begin november en na de overwintering half maart-eind mei in één generatie. De vlinders komen zowel op licht als op smeer en bezoeken wilgenkatjes en bloemen van klimop.
Verspreiding in Nederland
Trends
De grafiek toont de populatietrend van de soort op basis van tellingen binnen het NEM‑meetnet Nachtvlinders. Wanneer de grafiek leeg is, betekent dit dat de soort in de afgelopen drie jaar op te weinig meetpunten is waargenomen om een betrouwbare trend te kunnen berekenen. Komt de soort bij jou in de buurt voor en wil je tijdens de vliegtijd eens per twee weken met een lichtval tellen en de gegevens invoeren op meetnet.vlinderstichting.nl? Stuur dan een e‑mail naar meetnet@vlinderstichting.nl om je aan te melden als teller.
Levenscyclus
Rups: eind april-juli. De rups verpopt zich in een losse cocon net onder de grond. De soort overwintert als vlinder; soms worden overwinterende vlinders opgejaagd uit dode eikenbladeren op de grond. De paring vindt plaats in het voorjaar.
Herkenning
Kenmerken vlinder
Voorvleugellengte: 14-17 mm. De voorvleugel heeft een hoekige vleugelpunt met een scherp uitstekend puntje; de diep oranjegele kleur contrasteert sterk met de witte achtervleugel. De middelste dwarslijn loopt vanaf de binnenrand van de vleugel schuin naar de niervlek en lijkt daar achter langs te lopen. De buitenste dwarslijn bestaat uit een rij donkere stippen en langs de voorrand bevinden zich witte vlekjes.
Gelijkende soorten vlinder
De lindegouduil (Tiliacea citrago) heeft een bredere voorvleugel en mist de witte vlekjes langs de voorrand; de buitenste dwarslijn is een duidelijke ononderbroken lijn en de middelste dwarslijn loopt tussen de ringvlek en de niervlek door. De eikenvoorjaarsuil (Orthosia miniosa) is niet oranjegeel en heeft geen scherp uitstekend puntje aan de voorvleugel.
Foto's
Vlinder
Museum
Verspreiding
Zeldzaamheid
Deze soort is voor het laatst waargenomen in Twente in 1970.
België
Uitgestorven. Vroeger gekend uit Antwerpen, Limburg en alle Waalse provincies, maar al voor 1980 verdwenen. De soort staat als Regionaal Uitgestorven op de Rode Lijst Vlaanderen (Veraghtert et al. 2023).
Mondiaal
Lokale verbreiding van Noordwest-Afrika (Marokko, Algerije, Tunesië) via Zuid- en Midden-Europa tot Voor-Azië. Naar het noorden tot Midden- en Zuid-Engeland (sterk achteruit gegaan), Nederland (hetzelfde), Noord-Duitsland (al uitgestorven), Polen, het zuiden van de Baltische staten en Moskou. In het zuidoosten Libanon en Irak. Oude meldingen uit het oosten hebben betrekking op de verwant J. sericea (Butler, 1878).