Afgelopen weekend organiseerde De Vlinderstichting voor de achttiende keer de Tuinvlindertelling. Elfduizend tellingen leverden 108.000 vlinders op, een gemiddelde van zo’n kleine tien vlinders per telling. De atalanta werd het meest geteld, gevolgd door het klein koolwitje en de dagpauwoog. Er werden opvallend veel kolibrievlinders, koninginnenpages en kleine parelmoervlinders geteld.
Hoeveel vlinders zijn er geteld?
Tijdens het kwartier tellen werden gemiddeld tien vlinders doorgegeven. In kleine stadstuintjes of op een balkon werden vier of vijf vlinders gezien, grote buitentuinen konden soms meer dan veertig vlinders melden. Vergeleken met 2023 (acht vlinders per telling) en 2024 (vijf vlinders per telling) was het dit jaar duidelijk beter. Vorig jaar lag met bijna elf net iets hoger. Dit was de achttiende tuintelling. In de eerste negen jaar, 2009 tot en met 2017, werden gemiddeld zestien vlinders per telling gezien. Tussen 2018 en 2026 waren dat er veel minder: gemiddeld negen vlinders per telling.
Meer resultaten
Steeds minder vlinders
De resultaten komen overeen met de achteruitgang van vlinders die we ook buiten de tuinen, in natuurgebieden en parken, meten binnen het meetnet vlinders.
Gelukkig is er ook goed nieuws: De trekvlinders waren goed vertegenwoordigd dit jaar. Naast de atalanta, die het meest werd geteld, waren ook de distelvlinder en de kolibrievlinder meer aanwezig dan de voorgaande jaren. Het aanhoudende warme weer zal hier zeker aan hebben bijgedragen.
Meer over trekvlinders
Weinig kleine vossen
Het scheefbloemwitje, een vlinder die nog maar tien jaar in ons land voorkomt, werd regelmatig gemeld, vooral uit tuinen in Limburg. Ook warmteminnaars als koninginnenpage en kleine parelmoervlinder werden meer gezien dan de voorgaande jaren. De kleine vos, die in de beginjaren van de Tuinvlindertelling vier jaar als meest getelde vlinder uit de bus kwam, is dit jaar zeer weinig geteld en eindigde op de negende plek. De hete en droge jaren, die we vanaf 2018 hebben gehad, hebben deze echte tuinvlinder sterk doen afnemen.

De kleine parelmoervlinder is meer gezien in de tuinen dan voorgaande jaren, vooral in Gelderland
Lokale verschillen
Hoewel de atalanta dus landelijk de duidelijke winnaar was, gold dat niet voor alle provincies. In Gelderland en Limburg werd het klein koolwitje het meest geteld. In Drenthe, Gelderland en Overijssel stond de citroenvlinder op plek 2, terwijl deze landelijk op de vierde plek eindigde.
In Zeeland was het oranje zandoogje de nummer 3, terwijl deze landelijk op plek 14 stond. Dit is niet vreemd, want dit zandoogje heeft maar een beperkte verspreiding in ons land, in de zuidelijke en noordelijke provincies. De soort ontbreekt in het midden van het land.
De Tuinvlindertelling komt er weer aan!Help vlinders
Gelukkig kan iedereen iets doen om vlinders te helpen. Door je tuin of balkon in te richten met biologische, bij voorkeur inheemse planten, waardplanten voor rupsen een plek te geven en gif te vermijden, maak je al een groot verschil. Elke bloem, elke vierkante meter natuur en elke tuin die meetelt, helpt vlinders weer een stapje vooruit.
Tuintips voor vlindersWil je nog meer bijdragen? Steun dan het werk van De Vlinderstichting. Dankzij de steun van donateurs kunnen we onderzoek doen, leefgebieden beschermen en herstellen, kennis delen en ons inzetten voor een toekomst waarin vlinders weer volop kunnen vliegen. Samen kunnen we het verschil maken.
