Kwetsbaar

Geelvleugeluil

Thalpophila matura

Vliegtijd & gedrag

Half juli-half september in één generatie. De vlinders komen zowel op licht als op smeer en bezoeken bloemen van onder andere kruiskruid.

Geelvleugeluil

Verspreiding in Nederland

Geelvleugeluil

Trends

De grafiek toont de populatietrend van de soort op basis van tellingen binnen het NEM‑meetnet Nachtvlinders. Wanneer de grafiek leeg is, betekent dit dat de soort in de afgelopen drie jaar op te weinig meetpunten is waargenomen om een betrouwbare trend te kunnen berekenen. Komt de soort bij jou in de buurt voor en wil je tijdens de vliegtijd eens per twee weken met een lichtval tellen en de gegevens invoeren op meetnet.vlinderstichting.nl? Stuur dan een e‑mail naar meetnet@vlinderstichting.nl om je aan te melden als teller.

Levenscyclus

Rups: september-mei. De rups overwintert en komt op milde winterdagen tevoorschijn om te foerageren. De verpopping vindt plaats in een holte in de grond.

Herkenning

Kenmerken vlinder

Voorvleugellengte: 17-20 mm. Deze fors gebouwde uil is goed te herkennen aan de karakteristieke strokleurige achtervleugel met de warmbruine zoom. Op de brede voorvleugel bevindt zich een opvallende witachtige buitenste dwarslijn, die bij de binnenrand vrij dik is en vaak duidelijk afsteekt tegen de rest van de vleugel. De binnenste dwarslijn vertoont vlak bij de vleugelbinnenrand een opvallende, naar buiten uitstekende tand. De grondkleur varieert van grijsachtig bruin tot donkerbruin, soms met een roodachtig bruine tint of een fijne witachtige spikkeling; de uitgebreidheid van de zwarte vlekken en lijnen is variabel. Het algemene patroon op de voorvleugel varieert weinig; soms is echter een duidelijke zwartachtige balk tussen de centrale dwarslijnen aanwezig.

Gelijkende soorten vlinder

Zie de donkere grasuil (Tholera cespitis) en de groene geelvleugeluil (Polyphaenis sericata).

Foto's

Verspreiding

Zeldzaamheid

Algemeen. Komt vooral voor in Zeeland, de duinen van het vaste land en op de Waddeneilanden; wordt ook lokaal op de zandgronden in het zuiden en midden van het land waargenomen. RL: kwetsbaar.

België

In Vlaanderen vrij zeldzaam, maar wijdverbreid in alle provincies. In Wallonië zeer zeldzaam, met een beperkt aantal vindplaatsen in Luik en Namen. De soort staat op de Rode Lijst van Vlaanderen als Momenteel niet in Gevaar (Veraghtert et al. 2023).

Mondiaal

Noordwest-Afrika en Zuid- en Midden-Europa. Naar het noorden tot Midden-Schotland, Zuid-Noorwegen, Midden-Zweden, Zuid-Finland en Estland. Naar het oosten tot Zuid-Rusland, Klein-Azië en de Kaukasus.

Habitat

Graslanden, heiden en duinen; ook bosranden, parken en tuinen.

Bosranden

Duinen

Graslanden

Heiden

Parken

Tuinen

Waardplanten

Diverse grassen, waaronder beemdgras, borstelgras en zilverhaver.

Beemdgras

Borstelgras

Kropaar

Benaming

  • Engelse naam Straw Underwing
  • Duitse naam Gelbflügel-Raseneule
  • Franse naam la Cythérée
  • Synoniemen Celaena matura
    Cerigo matura
    Luperina matura
    Cerigo texta

Meer over de naam

Toelichting Nederlandse naam
De lichtgele kleur van de achtervleugels zijn kenmerkend voor deze soort. De Latijnse soortnaam wijst ook op de achtervleugelkleur. Meer over Nederlandse namen

Toelichting wetenschappelijke naam
Thalpophila: thalpos is zomerhitte en phileo is houden van. Een naam die goed past bij de naam matura.matura: maturus is rijp, naar de gele kleur van de achtervleugel, daarbij denkend aan de kleur van rijpend mais in de zomer.

Auteursnaam en jaartal
(Hufnagel, 1766)

Geef je waarneming door!

Heb je een bijzondere vlinder of libel gespot? Meld het ons! Jouw waarnemingen zijn waardevol voor het behoud van deze insecten. Samen kunnen we hun populaties in kaart brengen en beschermen. Help mee aan het behoud van deze prachtige dieren en draag bij aan de wetenschap van de biodiversiteit.

Waarneming melden