Vliegtijd & gedrag
Begin april-begin september in twee generaties. De vlinders vliegen vanaf de schemering en komen soms op licht en smeer.
Verspreiding in Nederland
Trends
De grafiek toont de populatietrend van de soort op basis van tellingen binnen het NEM‑meetnet Nachtvlinders. Wanneer de grafiek leeg is, betekent dit dat de soort in de afgelopen drie jaar op te weinig meetpunten is waargenomen om een betrouwbare trend te kunnen berekenen. Komt de soort bij jou in de buurt voor en wil je tijdens de vliegtijd eens per twee weken met een lichtval tellen en de gegevens invoeren op meetnet.vlinderstichting.nl? Stuur dan een e‑mail naar meetnet@vlinderstichting.nl om je aan te melden als teller.
Levenscyclus
Rups: mei-juli en september-oktober. De soort overwintert als pop in de strooisellaag.
Herkenning
Kenmerken vlinder
Voorvleugellengte: 10-11 mm. Deze tamelijk eentonig grijze dwergspanner wordt door veel nachtvlinderaars ervaren als een van de moeilijkst te determineren soorten; vaak is genitaliënonderzoek nodig om de soort met zekerheid vast te kunnen stellen. De vrij grote en langgerekte middenstip valt meestal goed op en ligt niet in het midden van de vleugel, maar dichter naar de vleugelwortel toe. Langs de voorrand liggen vaak donkere vlekjes en blokjes en aan de buitenzijde van de middenband ligt meestal een rij stippen. De golflijn is goed ontwikkeld en soms is zelfs een duidelijk vlekje in de binnenrandhoek te zien. Over de voorvleugel lopen lichte dwarslijnen en enkele aders zijn zichtbaar als zwarte streepjeslijnen. Op het borststuk is meestal een driehoekige witte stip aanwezig De mannetjes hebben in vergelijking met gelijkende soorten opvallend geveerde antennen.
Kenmerken rups
19-20 mm. Lijfkleur is variabel: tinten geel, bruin of grijsachtig met duidelijke, flinke donkerbruine driehoekige of hoefijzervormige tekening op de rug, ook een serie bruine driehoekige tekens op de flanken, afgescheiden van de rugtekening door flets wit.
Gelijkende soorten vlinder
Zie vooral de grijze dwergspanner (E. subfuscata). De schermbloemdwergspanner (E. tripunctaria) heeft doorgaans opvallende witte stippen langs de achterrand van de voor- en achtervleugel. De heidedwergspanner (E. satyrata) heeft een minder opvallende middenstip; in de binnenrandhoek bevindt zich vrijwel altijd een duidelijke witte vlek. Zie ook de jeneverbesdwergspanner (E. pusillata) en de grasklokjesdwergspanner (E. impurata).
Gelijkende soorten rups
Zwartvlekdwergspanner (Eupithecia centaureata), heidedwergspanner (Eupithecia satyrata), egale dwergspanner (Eupithecia absinthiata), schermbloemdwergspanner (Eupithecia tripunctaria), smalvleugeldwergspanner (Eupithecia nanata), jeneverbesdwergspanner (Eupithecia pusillata), v-dwergspanner (Chloroclystis v-ata), zwartkamdwergspanner (Gymnoscelis rufifasciata), voorjaarsdwergspanner (Eupithecia abbreviata), eikendwergspanner (Eupithecia dodoneata), vingerhoedskruiddwergspanner (Eupithecia pulchellata) en beverneldwergspanner (Eupithecia pimpinellata). N.B.: vergelijk behalve de uiterlijke kenmerken ook de tijd van het jaar waarin de rupsen voorkomen, het habitat en de waardplant(en).
Foto's
Rups
Pop
Vlinder
Verspreiding
Zeldzaamheid
Vrij zeldzaam. Komt verspreid over het land voor. RL: kwetsbaar.
België
Vrij algemeen en wijdverbreid in het hele land. De soort staat op de Rode Lijst van Vlaanderen als Momenteel niet in Gevaar (Veraghtert et al. 2023).
Mondiaal
Van het Iberisch Schiereiland via West- en Midden-Europa inclusief de Britse eilanden naar het oosten via de gematigde zone tot Japan. In Finland en Zweeds Lapland is het de gewoonste Eupithecia; in het zuiden tot het noordelijke Middellandse Zeegebied.