Vliegtijd & gedrag
Juli-augustus in één generatie. De vlinders komen op licht en vooral de vrouwtjes komen op smeer. Soms worden ze rustend aangetroffen op pitrus.
Verspreiding in Nederland
Trends
De grafiek toont de populatietrend van de soort op basis van tellingen binnen het NEM‑meetnet Nachtvlinders. Wanneer de grafiek leeg is, betekent dit dat de soort in de afgelopen drie jaar op te weinig meetpunten is waargenomen om een betrouwbare trend te kunnen berekenen. Komt de soort bij jou in de buurt voor en wil je tijdens de vliegtijd eens per twee weken met een lichtval tellen en de gegevens invoeren op meetnet.vlinderstichting.nl? Stuur dan een e‑mail naar meetnet@vlinderstichting.nl om je aan te melden als teller.
Levenscyclus
Rups: september-juli. De soort overwintert als rups, die tijdens zachte winterdagen doorgaat met foerageren. De verpopping vindt plaats in een zijden spinsel tussen verticale stengels.
Herkenning
Kenmerken vlinder
Voorvleugellengte: 17-22 mm. Een goed herkenbare uil. De vrij brede voorvleugel is meestal rozeachtig met een grijze of bruinachtige tint. Vanaf de binnenste dwarslijn loopt via de ringvlek tot aan de niervlek een zwartachtig balkje, dat deel uitmaakt van een breder uitlopend, meestal donker vlak waarin beide uilvlekken zijn opgenomen. De achtervleugel heeft een donkere zone langs de achterrand. Het mannetje heeft geveerde antennen.
Kenmerken rups
Tot 35 mm; lichaam roze met over de rug een brede, zwart en purperachtig grijze band met daarin een geelachtig witte middenstreep en aan weerszijden daarvan een witte lengtestreep; op de flanken een brede, crèmewitte lengteband, die langs de boven- en onderzijde door een zwarte of purperachtig grijze lengteband wordt begrensd; kop bleek rozeachtig bruin met donkerder tekening.
Gelijkende soorten vlinder
Bij de variabele breedvleugeluil (Diarsia mendica) en de bruine breedvleugeluil (Diarsia brunnea) bevindt zich naast de ringvlek een zwarte stip op de voorvleugel. De variabele breedvleugeluil is bovendien kleiner en heeft een meer gehoekte voorvleugel. De bruine breedvleugeluil heeft een effen grijze achtervleugel en het mannetje heeft geen geveerde antennen. De trapeziumuil (Xestia ditrapezium) en de driehoekuil (Xestia triangulum) hebben een zwarte vlek op de plaats waar de golflijn de voorrand raakt. Zie ook de veelhoekaarduil (Opigena polygona).
Foto's
Vlinder
Verspreiding
Zeldzaamheid
Zeer zeldzaam. Er zijn slechts enkele recente waarnemingen in de Meinweg (Limburg, tot 2018) en elders in Nederland (2025).
België
Deze soort is (nog) niet in België waargenomen.
Mondiaal
Europa: de zuidelijke helft van Scandinavië, de Baltische staten, Wit-Rusland, Noord-Rusland tot de Oeral, Noord-Polen, Noord-Duitsland (Heinicke, 1993) en een vangst uit 1958 in Nederland. Zuidelijker sterk verbrokkeld. In Azië van Siberië oostelijk tot Sachalin, het Amoer- en Oessoeri-gebied, Mongolië, Noord-China, Korea en Noord-Japan. In Canada en het noorden van de VS de soort C. opacifrons (Grote, 1878) die vroeger een ssp. was van subrosea (Kononenko, Lafontaine & Mikkola 1989).